Russian Spy and I

Zo af en toe moesten de websites van de Wereldomroep (waar ik jaren heb gewerkt) worden opgezuiverd. Oude artikelen maakten plaats voor nieuwe. Dat lot trof jaren geleden ook Russian Spy and I, anekdotes op spionagegebied uit de jaren 1987-1990. In de serie ‘uit de oude doos’ hier dat artikel, dat ik eind jaren ’90 schreef.

Tijdens de Koude Oorlog was de Zwitserse stad Genève op spionagegebied een van de wereldhoofdsteden. Er liepen naar schatting 400 KGB-medewerkers rond, en minstens evenveel mensen van de CIA. Ook de geheime diensten van Duitsland, Frankrijk, Groot-Brittannië en veel derdewereldlanden waren vertegenwoordigd. En natuurlijk moesten de Zwitsers op hun beurt dat hele gezelschap in de gaten houden. Ik werkte er een paar jaar als correspondent voor onder meer het dagblad Trouw en de Wereldomroep. Een blik in een schimmige wereld. Over slordige agenten, foute schoenen, een vergeten bonnetje van een diner, en de opening van een kantoor in Moskou van Amnesty International.

Russian Spy and I

Door Hans de Vreij

Ik vroeg in het Russisch: “Neemt U mij niet kwalijk, maar komt u uit de Sovjetunie”? Het antwoord wist ik eigenlijk al, want de man die ik van achteren aansprak vertoonde alle kenmerken van de homo sovieticus. Het verkeerde pak, foute schoenen, merkwaardige haarsnit. Plaats van handeling: het Palais des Nations, het Europese hoofdkwartier van de Verenigde Naties in Genève. Zo begon in 1987 mijn contact met Michail Petroechov., medewerker van de KGB, de geheime dienst van de voormalige USSR. De plaats van handeling was nogal banaal: de advertentievitrines in het gebouw. Michail keek er naar ‘woningen te huur’. Ik ook.

Later zou Michail me vertellen dat hij er zeker van was dat ik een westerse inlichtingendienst vertegenwoordigde. Wie anders spreekt iemand van achteren in de juiste taal aan? Michail kon niet weten dat ik hem dankzij mijn studie Russisch en een uitgebreide belangstelling voor de toenmalige Sovjet-Unie zonder veel moeite correct had geplaatst.

Een kopje koffie hier, een lunch daar, en het contact was gelegd. Michail Petroekhov was Sovjet-diplomaat, geaccrediteerd bij de Verenigde Naties in Genève en gespecialiseerd in de VN-ontwikkelingsorganisatie UNCTAD. Maar al snel bleek zijn werkelijke deskundigheid niet te liggen op het gebied van de ontwikkelingslanden. De man wist verbazingwekkend veel over mensenrechten, kernwapens, Afghanistan, en andere zaken die in die tijd actueel waren.

Kapitale fout

In het begin was het contact met deze Russische diplomaat niet anders dan de andere diplomatieke contacten die ik onderhield. Zo kreeg je als journalist soms wat meer te horen dan op de wekelijkse oersaaie persbriefings van de VN. Maar Michail beging al snel een kapitale fout. Hij had mij voor onze eerste gezamenlijke lunch uitgenodigd in een wat duurder Geneefs restaurant. Niet ongebruikelijk. Maar toen kwam de rekening. Hij betaalde, uiteraard. Maar vervolgens liet hij de rekening demonstratief liggen. Fout! Iedere westerse diplomaat of VN-ambtenaar had de bon meegenomen om de lunch te kunnen declareren.

Maar de Russen moesten in die tijd letterlijk iedere cent westerse valuta die ze uitgaven kunnen verantwoorden. Behalve één soort Russen: de medewerkers van de inlichtingendiensten KGB en GROe (de militaire tak), die vanaf een bepaalde rang en op bepaalde posten min of meer vrijelijk over buitenlandse valuta beschikten. Vanaf dat moment was ik in de omgang met Michail extra op mijn hoede. Bij mijn eerste werkgever, Amnesty International, was men enigszins beducht voor belangstelling van de kant van buitenlandse inlichtingendiensten. Daar pikte ik het een en ander van op. En al snel ging Michail over tot een stap die hem definitief zou verraden.

Agents of influence

De KGB werkte, waar het journalisten betrof, aan het werven van agents of influence – mensen die niet door de KGB betaald werden, maar gebruikt werden om via de massamedia Sovjet-standpunten te helpen verbreiden. Bovendien werd gekeken of de persoon in kwestie chantabel was (of was te maken). Dat kon in de toekomst van pas komen, mocht de journalist in kwestie een belangrijke functie krijgen. In die dagen werd in Genève onderhandeld over een wereldwijd verbod op chemische wapens. Toevallig was ik in dat onderwerp gerold en aangezien vrijwel niemand anders er belangstelling voor had, kon ik me al snel tot de ‘top-experts’ rekenen. Deuren die eerder gesloten waren, gingen open. Er kwamen uitnodigingen van de VN voor leuke reisjes naar Rusland en Japan.

Ministerie van Buitenlandse Handel

Toen kwam de openingszet van Michail. “Je weet zoveel van chemische wapens”, zei hij op een dag. “Wil je niet voor het interne blad van ons ministerie een stuk schrijven over hoe het met de onderhandelingen gaat.” Het interne blad? Van het Sovjet-ministerie van buitenlandse handel, waar Michail op papier voor werkte? En dan moest het uiteraard ook nog onder zijn naam worden gepubliceerd. Het voorstel stonk een uur in de wind. Aan de andere kant: Michail had zich ontpopt tot een waardevolle bron voor informatie over van alles en nog wat. Dus wat te doen? Ik besloot op het voorstel in te gaan, maar aan de veilige kant te blijven door Michail alleen informatie te verstrekken die in Nederland al was gepubliceerd. Een samenvatting in het Engels van een artikel dat ik al in het dagblad Trouw had gepubliceerd.

shikhany-1987

De auteur van dit artikel tijdens een bezoek aan een basis voor chemische wapens in de Sovjet-Unie, 1987

Geld

Een paar weken later gebeurde dat waar ik op zat te wachten. Na afloop van weer eens een etentje in een druk restaurant in het centrum van Genève haalde Michail, net iets te demonstratief, een grote envelop uit zijn binnenzak. “Hier is het geld voor je artikel, het was erg goed, iedereen is tevreden”. Even demonstratief zwaaide ik met mijn handen van “nee, nee!” Ik legde hem uit dat ik er absoluut geen geld voor wilde hebben, en dat ik als armlastige freelance-correspondent al heel blij was met de nuttige informatie en de regelmatige gratis dinertjes. Maar in het openbaar een envelop aannemen van een Sovjet-diplomaat, dat ging even te ver, bedacht ik me.

De volgende dag besloot ik dat ik toch iets terug moest doen wegens deze al te openlijke poging tot omkoperij. Ik raadpleegde een Amerikaanse collega die ik opvallend vaak in het gezelschap van een andere Russische diplomaat had gezien. Zijn ervaringen bleken een 1:1 kopie van de mijne. Tijd voor actie. De gelegenheid liet niet lang op zich wachten. De jaarlijkse ontvangst voor journalisten op de Sovjet-missie bij de VN ter gelegenheid van de verjaardag van de Oktoberrevolutie.

Tegenzet

Na wat plichtplegingen met bekenden speurde ik naar de hoogst mogelijke Russische diplomaat die ik kon aanspreken. Dat was niet zo moeilijk: de combinatie van een goed pak, goede schoenen, maar een foute bril en haardracht voerde me naar de persoon die de Eerste Secretaris bleek te zijn. Babbelen. Ik legde hem uit dat wij journalisten erg tevreden waren over de nieuwe ‘Glasnost’ van Michail Gorbatsjov, maar dat het gedrag van ‘de diensten’ nog wel erg ouderwets was. En vervolgde met een korte samenvatting van het gedrag van Michail Petroekhov, zonder overigens diens naam te noemen.

De Russische diplomaat veinsde onschuld. Er waren helemaal geen KGB-mensen in Genève, beweerde hij. “Dat kan wel zo zijn”, antwoordde ik, “maar verschillende collega’s hebben dezelfde ervaring als ik, en de journalistenvereniging overweegt een officiële klacht in te dienen”. Toegegeven, dat was niet helemaal waar, maar het werkte wel.

Twee dagen later belde Michail me op bij de VN. Of we meteen even koffie konden gaan drinken. Hoogst ongebruikelijk, want we troffen elkaar bijna nooit in het gebouw van de VN. Maar de goede man bleek behoorlijk in paniek. “Wat heb je in vredesnaam gezegd”, vroeg hij. De Sovjet-ambassadeur bleek daags na de receptie een spoedbijeenkomst van het voltallige personeel van de Permanente Vertegenwoordiging bij de VN bijeen te hebben geroepen. “De journalisten bij de VN hebben geklaagd over het gedrag van de KGB-mensen”, hadden ze te horen gekregen. Ook kort door de bocht, maar goed.

Met nauwelijks ingehouden genoegen legde ik Michail uit welke fouten hij allemaal had gemaakt, met het bonnetje in het restaurant, de poging om me tegen betaling iets te laten schrijven, de envelop met geld in het restaurant. “Jij bent een hele domme spion, en ik vraag me nu af wat ik met je moet doen. Zullen we je door de Zwitserse autoriteiten laten uitwijzen”? En daarmee had ik hem te pakken. Want een KGB‘er is ook maar een mens en Genève was voor hen een fantastische post. De bergen om de hoek, een meer om te zwemmen en te zeilen, lekker eten en ga zo maar door.

Voor het eerst toonde Michail zich zo mak als een lammetje. En tot mijn vertrek uit Genève, begin 1990, hadden we nog een uiterst aangenaam contact. Hij gaf me bij tijd en wijle leuke primeurs die allemaal verifieerbaar correct bleken te zijn. En nooit meer vroeg hij mij iets voor hem te doen … op één uitzondering na.

Amnesty International

Een van mijn vorige banen was woordvoerder van de Nederlandse afdeling van Amnesty International. Dat wist Michail. En omdat de toenmalige officiële Amnesty-vertegenwoordigster in Genève kersvers en nog onervaren was, benaderde hij mij over een in zijn ogen zeer delicate kwestie. De opening van een officieel kantoor van de organisatie in Moskou. Je staat er nu niet meer bij stil, maar eind jaren ’80 was alleen het idee al revolutionair. Twintig jaar lang was Amnesty International de luis in Sovjet-pels geweest, en dan een eigen kantoor in Moskou?

Michail vroeg me honderduit over de organisatie. Wie waren de leden, waar kwam het geld vandaan, wie bepaalde het beleid. Standaardvragen zoals ik die in mijn Amnesty-tijd zo vaak moest beantwoorden. “Waarom lees je niet eerst een paar foldertjes”, suggereerde ik. Nee, hij moest het uit mijn eigen mond horen. Nog meer diners annex vragenuren.

Brief aan Moskou Op een dag vertelde hij me dat het Internationaal Secretariaat van Amnesty in Londen in een brief aan de regering in Moskou het voorstel had gedaan om een delegatie naar de hoofdstad van de Sovjet-Unie te sturen om over dat nieuwe kantoor te komen praten. “Zeg ze maar dat dat zo niet werkt. Ze moeten eerst op neutraal terrein gaan praten met Fjodor Boerlatski”. Die was op dat moment de officiële troubleshooter van Gorbatsjov voor kwesties als de mensenrechten.

Ik belde Londen en bracht de boodschap over. Stilte aan de andere kant van de lijn. “Hoe weet jij in vredesnaam van het bestaan van die brief? Die is zeer vertrouwelijk!”. Ik legde uit dat ik slechts als boodschappenjongen optrad, en dat de boodschap afkomstig was van iemand waarvan ik aannam dat hij voor de KGB werkte. Ik hoorde er de dagen erna niets meer van, maar binnen enkele weken sprak de secretaris-generaal van Amnesty in Parijs met Boerlatski. Enige tijd later ging het Amnesty-kantoor in Moskou open.

Naar ik pas na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie van een Russische diplomaat hoorde, was dat kantoor onderwerp geweest van een felle strijd tussen de KGB (faliekant tegen) en Buitenlandse Zaken (voor). Met de steun van Gorbatsjov en Boerlatski had Buitenlandse Zaken uiteindelijk z’n zin gekregen.

In 1991 moest Michail uit Zwitserland vertrekken. Net als zoveel KGB-personeel werd hij na de mislukte coup tegen Gorbatsjov en het uiteenvallen van de Sovjet-Unie naar huis teruggeroepen. Maar mijn contacten met hem kregen nog een staartje. Ik woonde inmiddels in Praag, maar kwam nog regelmatig in Genève. Zo logeerde ik kort na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie bij een collega. Na twee dagen ging de telefoon. De perswoordvoerder van de Amerikanen. Uitnodiging voor een lunch. Tijdens het eten praatten we over koetjes en kalfjes, en bij de koffie kwam de aap uit de mouw. “Jij had altijd veel contact met de Russen, wie van hen werkte volgens jou voor de KGB?”

Belangrijkste agent

Beleefd wimpelde ik deze uitnodiging tot openhartigheid weg en legde uit dat ik tal van contacten had en dat alleen de vraag of die contacten nuttige informatie voor m’n werk opleverden me interesseerde. De ingebakken glimlach verdween van het pokdalige gezicht van mijn Amerikaanse disgenoot. “Jij had anders wel contact met de belangrijkste man die de KGB hier in Genève had!”

Dat kan die nogal suffe Michail niet zijn geweest, dacht ik bij mezelf. En inderdaad: volgens de Amerikaan ging het om de perswoordvoerder inzake chemische wapens van de Sovjet-vertegenwoordiging. Een deskundige en moderne Rus waarmee ik inderdaad veel was omgegaan. Hij had me nooit vals voorgelicht, wat ik van de Amerikanen niet altijd kon zeggen. “Ach, als alle KGB-medewerkers als hij zijn, dan hoeven jullie je nergens zorgen om te maken”, zei ik. Maar bij de Amerikanen had ik het even goed verbruid…

PS: de chemische wapens-perswoordvoerder annex KGB-medewerker Anatolij Sjchekotsjichin zou jaren later weer in het nieuws komen. Hij was een van de vijftig Russische diplomaten die in 2001 wegens spionage groepsgewijs de Verenigde Staten werden uitgegooid. Het laatste wat ik dankzij Google van Michail Petroekhov vernam was dat hij als diplomaat in Helsinki werkzaam was.

Engelstalige versie van dit artikel

Over Hans de Vreij

Dutch journalist. Former correspondent in Brussels, Geneva, Prague, East Berlin.
Dit bericht werd geplaatst in Intelligence, Rusland, Russian Federation, Verenigde Naties en getagged met , , . Maak dit favoriet permalink.

Een reactie op Russian Spy and I

  1. Pingback: ‘Russian Spy and I’ | Hans de Vreij's blog

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s