Verklaringen minister van Defensie, directeur MIVD en ambassadeur VK over een GROe (GRU)-operatie tegen de OPCW in Den Haag

Statements betreffende de verstoring van een cyberoperatie van de GRU door de MIVD op 4 oktober in Den Haag

Let op: Alleen gesproken woord geldt!

Ladies and gentlemen of the national and international media: W elcome.

Welcome also to the United Kingdom‘s ambassador Peter Wilson, who joins us today in connection with the joint nature of the intelligence operation we are about to share with you.

His presence is also an expression of the joint efforts of our two countries and other international partners to address the threats I will now inform you about.

We have invited you here today to describe how the Netherlands Defence Intelligence and Security Service, or DISS, disrupted a cyber operation conducted by the Russian military intelligence service – GRU – in the Netherlands.

On the 13th of April this year, DISS carried out an operation to disrupt a GRU operation targeting the Organisation for the Prohibition of Chemical Weapons – the OPCW – in The Hague.

General Eichelsheim will explain further details of the operation in a few moments. Please allow me to continue in Dutch…

Het Nederlandse kabinet vindt het zeer zorgelijk dat de OPCW doelwit is van ondermijning door de Russische militaire inlichtingendienst. Als gastland heeft Nederland de taak om organisaties als de OPCW – van fundamenteel belang voor de internationale rechtsorde – te beschermen. Die bescherming hebben we dan ook geboden. De MIVD heeft de cyberoperatie verstoord en de vier betrokken Russische inlichtingenofficieren zijn nog dezelfde dag het land uit begeleid.

Hierdoor is voorkomen dat de systemen van de OPCW zijn gehackt. Ik ben trots op de MIVD voor hun werk.

Ik wil benadrukken dat samenwerking bij dit succes een grote rol heeft gespeeld.

Samenwerking in Nederland…maar zeker ook samenwerking met onze internationale inlichtingenpartners…goede internationale samenwerking is cruciaal bij het aanpakken van dreigingen als de GRU.

Het laat ook zien hoe belangrijk het is dat we nu en in de toekomst blijven investeren in de internationale samenwerking op het gebied van inlichtingen.

Dames en heren,
Sinds de verstoring in april heeft Nederland het inlichtingenonderzoek voortgezet.

Dit nadere onderzoek heeft uitgewezen dat de laptop van één van de vier Russische inlichtingenofficieren eerder ook verbindingen heeft gemaakt in Brazilië, Zwitserland en Maleisië. Zowel generaal Eichelsheim als ambassadeur Wilson zullen hier in hun presentaties verder op in gaan.

De activiteit van de GRU in Maleisië was gericht op het MH17-onderzoek. Dit is voor Nederland uiteraard een heel gevoelige kwestie. Laat ik daarom herhalen wat de Nederlandse autoriteiten eerder hebben gezegd: álle organisaties die betrokken zijn bij het MH17-onderzoek zijn zich al langer bewust van de interesse van Russische inlichtingendiensten in dit onderzoek en hebben gepaste maatregelen genomen.

Wij zijn en blijven zeer alert op dergelijke dreigingen.

Dames en heren,

Wij maken deze GRU-cyberoperatie vandaag openbaar samen met onze Britse partners. Maar ook samen met het Amerikaanse Department of Justice.

In augustus heeft de Amerikaanse justitie in het kader van een strafrechtelijk onderzoek naar Russische cyberoperaties een rechtshulpverzoek ingediend bij het Nederlandse Openbaar Ministerie. Het OM heeft informatie aan de VS verstrekt, gebaseerd op een ambtsbericht van de MIVD. In dit ambtsbericht hebben we klip en klaar de vier mannen benoemd en uitgebreid hun acties beschreven.

Het Amerikaanse Department of Justice zal de aanklacht vanmiddag openbaar maken en op een persconferentie verdere details verstrekken. Dit betekent dat de details van de verstoring in de openbaarheid komen. Dat verklaart ook waarom we nu in de openbaarheid treden.

Ik ben me ervan bewust dat het onthullen van deze cyberoperatie door de GRU een buitengewone stap is voor Nederland. Dat geldt ook voor het verstrekken van details over een Nederlandse contra-inlichtingenoperatie. Wij doen dat normaal niet.

Toch heeft de Nederlandse regering, samen met internationale partners, besloten deze stap te zetten. Wij geven hiermee een duidelijke boodschap af: dat de Russische militaire inlichtingendienst moet stoppen met deze ondermijnende cyberoperaties.

Met het onthullen van de werkwijze van de GRU maken we het de GRU moeilijker en vergroten we tegelijkertijd onze eigen weerbaarheid.

Dat is de reden dat wij vandaag de buitengewone stap nemen om deze Russische inlichtingenofficieren publiekelijk te identificeren. U gaat dat zo zien.

Ik nodig nu generaal Eichelsheim, de directeur van de MIVD, uit om u te voorzien van de details van de verstoring van de cyber operatie van de GRU in Den Haag.

Generaal…

Presentatie generaal Eichelsheim*

Dank u, excellentie, Dames en heren,

Zoals zojuist uiteengezet door de minister heeft mijn dienst op 13 april om kwart voor vijf in de middag een operatie verstoord van een team van de GRU in Den Haag naast het gebouw van de OPCW.

De GRU-operatie was erop gericht om van korte afstand het WiFi-netwerk van de OPCW te hacken en te infecteren. Een zogenaamde ‘close access hack operatie’.

Ik wil u stapsgewijs meenemen door onze bevindingen.
Deze bevindingen zijn gebaseerd op onze contra-inlichtingenoperatie maar ook op de gegevens en de apparatuur die zijn achtergelaten door de GRU-officieren.

  1. Op 10 april reisden vier Russische personen op een diplomatiek paspoort van Moskou naar Amsterdam Schiphol. Gedurende deze week heeft de MIVD deze personen geïdentificeerd als inlichtingenofficieren van de Russische militaire inlichtingendienst GRU
  2. Op Schiphol werden de Russische inlichtingenofficieren begeleid door een assistent van de Russische ambassade, zoals u hier op deze foto kunt zien.
  3. Alle vier de inlichtingenofficieren waren in bezit van een diplomatiek paspoort .
    Het betreft:
  4. Aleksei MORENETS
  5. Evgenii SEREBRIAKOV.
    a. Merk hierbij op dat hun paspoorten maar twee cijfers van elkaar verschillen
  6. Oleg SOTNIKOV
  7. Aleksey MININ
  8. Zij huurden een Citroen C3 vanaf woensdag 11 April tot maandag 16 April
  9. De huurovereenkomst laat duidelijk zien dat zowel SOTNIKOV als MININ als chauffeur geregistreerd waren voor dit voertuig.
  10. Op woensdag 11 april kreeg de MIVD door regulier contra-inlichtingenwerk – waarmee we voortdurend zicht willen houden op de activiteiten van statelijke actoren – deze vier GRU inlichtingenofficieren in het vizier.
  11. Mede op basis van inlichtingen van een partnerdienst werd duidelijk dat zij bezig waren met verkenningen voor een close-acces-hack operatie. De techniek die zij daarvoor konden inzetten werd ook duidelijk.
  12. In de dagen 11 en 12 april werd duidelijk dat zij hun focus richten op de OPCW.
  13. Beelden van de camera van Minin bevestigen dit ook.
  14. Op vrijdag 13 april stond de gehuurde Citroen C3 met kenteken PF-934-R geparkeerd op de parkeerplaats van het Marriott Hotel in Den Haag. Dit parkeerterrein grenst direct aan het hoofdkantoor van de OPCW.
  15. De achterkant van het voertuig was gericht op het OPCW gebouw.
  16. In de kofferbak van deze huurauto zat specialistische apparatuur, bedoeld om via WiFi-verbindingen het OPCW netwerk te hacken, gebruikers te identificeren en hun inloggegevens te onderscheppen.
  17. De antenne van deze opstelling was bedekt met een jas en gericht op het OPCW hoofdkwartier
  18. De benodigde acculader hebben de Russen hier in Den Haag gekocht.De opstelling was actief vrijdagmiddag.

Er was dus sprake van een directe dreiging tegen de digitale communicatienetwerken van de OPCW. Onze taak als inlichtingendienst is voorkomen dat dergelijke cyberoperaties slagen. We hebben daarom de GRU-operatie verstoord. De vier heren zijn het land uit begeleid. Hierdoor hebben we de OPCW beschermd en ernstige schade voorkomen.

Dames en heren,

Wat weten we nog meer over deze vier GRU-inlichtingenofficieren?

We hebben vastgesteld dat:

  1. zij operationele inlichtingentechnieken toepasten, zoals het gebruiken van een grote hoeveelheid verschillende telefoons en andere devices.
  2. zij probeerden surveillance te voorkomen en hun apparatuur onbruikbaar probeerden te maken nadat wij ze verstoord hadden
  3. zij een groot veiligheidsbewustzijn hadden en bijvoorbeeld hun afval meenamen van hun hotelkamer om dit elders weg te gooien.
  4. ze een ongebruikelijk grote hoeveelheid cash geld bij zich hadden.
  5. op één van hun laptops zoekslagen waren uitgevoerd naar de OPCW en de locatie van de OPCW
  6. naast de specialistische apparatuur die in de huurauto was opgesteld droeg SEREBRIAKOV in zijn rugtas accessoires die aan de WiFi hackingopstelling kon worden toegevoegd en gebruikt kon worden om netwerken binnen te dringen, zoals een wifi pineapple, signaalversterkers en diverse antennes.
  7. logging van sommige van hun telefoons liet zien dat deze voor het eerst geactiveerd zijn via een telefoonmast in Moskou op 9 april.
  8. Dit bleek de dichtstbijzijnde telefoonmast bij een bekende GRU-kazerne te zijn, namelijk op Komsomolsky Prospekt 20. Op dit adres is het 85th Main Special Service Center gevestigd, met militair veldpostnummer 26165.
  9. Eén van de Russische inlichtingenofficieren, Aleksei MORENETS, had een taxibonnetje bij zich voor een rit naar het vliegveld voor zijn vlucht naar Amsterdam op dinsdagochtend 10 april. Dit bonnetje laat zien dat hij is opgepikt van een straat genaamd Nesvizhskiy pereulok.
  10. Aan de straat Nesvizhskiy pereulok zit een een achteruitgang van de eerder genoemde GRU-kazerne op Komsomolsky Prospekt 20. Het genoemde 85e Main Special Service Center van de GRU is dezelfde eenheid die recent is aangeklaagd in de Verenigde Staten voor zijn betrokkenheid bij het hacken van de Democratische Partij in 2016. Dit is dezelfde GRU-eenheid die verantwoordelijk is voor de digitale spionagecampagne die bekend staat als APT28 of Fancy Bear, aan wie onze Britse collega’s vanochtend een aantal cyberoperaties hebben toegerekend.De laptop van SEREBRIAKOV wijst ook op andere cyber operaties door deze GRU-eenheid.

29. De laptop van SEREBRIAKOV bevatte bijvoorbeeld een foto van SEREBRIAKOV met een Russische atlete die genomen is in Brazilië ten tijde van de Olympische Spelen in augustus 2016.
30. Ook laat de logging van SEREBRIAKOV’s laptop zien dat SEREBRIAKOV aanwezig was in Lausanne, Zwitserland in September 2016.

Daarnaast laat de logging ook zien dat SEREBRIAKOV in december 2017 aanwezig was in het district van Kuala Lumpur waar veel overheidsorganisaties gevestigd zijn die te maken hebben met het MH17-onderzoek. Sir Alan Duncan zal hier zo dadelijk meer over vertellen.

31. Verder heeft het nadere inlichtingenonderzoek uitgewezen dat de GRU-inlichtingenofficieren van plan waren om van Den Haag naar Zwitserland door te reizen, om daar een andere cyberoperatie uit te voeren. De laptop van SEREBRIAKOV bevatte online zoekslagen naar het door de OPCW- geaccrediteerde Zwitserse laboratorium in Spiez, dat onderzoek doet naar chemische strijdmiddelen.

32. De inlichtingenofficieren hadden ook geprinte afbeeldingen bij zich van Russische diplomatieke faciliteiten in Genève en Bern.

33. Tot slot hebben de inlichtingenofficieren treintickets gekocht voor een reis naar Zwitserland op dinsdag 17 april.

Dames en heren,

Digitale manipulatie en sabotage vormen een serieuze dreiging. Deze dreiging speelt zich niet alleen ver van ons bed af. De GRU is ook hier in Nederland, met al zijn internationale organisaties, actief. Het is belangrijk dat we deze dreiging blijven bestrijden. Dat kan alleen in nauwe samenwerking met onze inlichtingenpartners, zowel nationaal als internationaal. Het grote belang van die samenwerking is vandaag opnieuw aangetoond.
En ik ben echt super trots op mijn mensen die deze contra-inlichtingenoperatie mogelijk hebben gemaakt.

Dan geef ik nu graag het woord aan ambassadeur Peter Wilson.

(* Bijbehorende Powerpoint-presentatie van generaal Eichesheim met de in deze presentatie genoemde afbeeldingen: https://www.defensie.nl/onderwerpen/cyber-security/russische-cyberoperatie)


Statement ambassadeur Peter Wilson

I’d like to thank my Dutch colleagues and to make a few remarks. The United Kingdom and the Netherlands are close security partners, and our presence together today in The Hague underlines that.

The disruption

The disruption of this attempted attack on the Organisation for the Prohibition of Chemical Weapons (OPCW) was down to the expertise and professionalism of the Dutch security services, in partnership with the UK. The OPCW is a respected international organisation, which is working to rid the world of chemical weapons. Hostile action against it demonstrates complete disregard for its vital mission.

This disruption happened in April. Around that time, the OPCW was working to independently verify the UK’s analysis of the chemical used in the poisoning of the Skripals in Salisbury. As we know, the OPCW confirmed the UK’s analysis that a Novichok nerve agent was used in the Salisbury attack – which we now know for certain was carried out by serving GRU officers.

The OPCW was also due to conduct analysis of the chemical weapons attack in Douma on 7 April. This operation in The Hague by the GRU was not an isolated act. The Unit involved, known in the Russian military as Unit 26165, has sent officers around the world to conduct brazen close access cyber operations.

One of the GRU officers who was escorted out of the country by our Dutch colleagues, Yevgeniy Serebriakov, also conducted malign activity in Malaysia. This GRU operation there was trying to collect information about the MH17 investigation, and it targeted Malaysian government institutions including the Attorney General’s office and the Royal Malaysian Police.

As the General has just mentioned, we also know that the GRU officers who were stopped in The Hague planned to travel on to the OPCW designated laboratory in Spiez. This wouldn’t have been the first time they’d travelled to Switzerland. Intelligence collected from a laptop that belonged to one of the GRU officers disrupted in The Hague shows that it had connected to WiFi at the Alpha Palmiers Hotel in Lausanne in September 2016 – where a WADA conference was taking place.

That conference was attended by officials from the International Olympic Committee and the Canadian Center for Ethics in Sport. They found themselves the victims of a cyber attack. One official from the Canadian Center had their laptop compromised by ‘APT28’ malware; this was probably deployed by an actor connected to the same hotel WIFI network. Immediately after this laptop was compromised, the Center’s computer systems were infected more broadly by APT28 malware. Subsequently, APT28 actors also compromised the IP addresses of the International Olympic Committee.

APT28, Sandworm and Salisbury

Earlier today the British Government has publicly revealed that APT 28 and a number of other cyber actors, widely known to have been conducting cyber attacks around the world, are in fact the GRU.

The UK National Cyber Security Centre has made this assessment because of compelling technical evidence that links these actors’ operations to known GRU technical infrastructure. This leads them to assess that the GRU was almost certainly responsible for these actors’ attacks.

I want to make it completely clear: the officers disrupted in The Hague are part of the same Unit of the GRU – 26165 – which is responsible for APT28. Another of the cyber actors identified as the GRU was Sandworm, which was active in the wake of the Salisbury attack. I can reveal that they were behind the following attempted intrusions:

  • in March, straight after the Salisbury attack, the GRU attempted to compromise UK Foreign and Commonwealth Office computer systems via a spear phishing attack
  • in April, GRU intrusions targeted both the computers of the UK Defence and Science Technology Laboratory, as well as the Organisation for the Prohibition of Chemical Weapons
  • in May, GRU hackers sent spear phishing emails which impersonated Swiss federal authorities to target OPCW employees directly, and thus OPCWcomputer systems.

These cyber-attacks were carried out remotely – by GRU teams based within Russia.

Pattern of behaviour: the GRU

Alongside our allies, the United Kingdom is committed to confronting, exposing and disrupting the GRU’s activity. Their pattern of behaviour is exemplified by the reckless attempted operation against the OPCW’s headquarters here in The Hague, which was brilliantly disrupted by the Dutch security services. But its wider implications bear repeating.

As our attributions today have made clear, the GRU has interfered in free elections and pursued a hostile campaign of cyber-attacks against state and civilian targets.

Conclusion

The GRU is an aggressive, well-funded, official body of the Russian State. It can no longer be allowed to act aggressively across the world, and against vital international organisations, with apparent impunity.

I should repeat that this is a real and multi-faceted threat, conducted by both remote and proximate means. GRU officers do not just attempt to compromise our computer systems from their barracks in Moscow. As we have shown today:

  • they have operated on the streets of the Netherlands to target the OPCW
  • they travelled across the world under diplomatic cover to target the MH17 investigation in Malaysia and a WADA conference in Switzerland
  • and they operated in a quiet British city to apply a banned nerve agent to a door handle

With its aggressive cyber campaigns, we see the GRU trying to clean up Russia’s own mess – be it the doping uncovered by WADA or the nerve agent identified by the OPCW.

Our world-leading intelligence partnership and outstanding professionalism from the Dutch, British and allied security and intelligence communities have allowed us to disrupt and expose them.

On the basis of what we have learnt in the Salisbury investigation – and what we know about this organisation more broadly – we are now stepping up our collective efforts against malign activity, and specifically against the GRU.

We will increase further our understanding of what the GRU is doing, and attempting to do, in our countries. We will shine a light on their activities. We will expose their methods and we will share this with our allies. This includes strengthening international organisations, and working to protect other potential targets from further harm.

Through our institutions, including the EU, we will work with allies to update sanctions regimes to deter and respond to the use of chemical weapons, we will combat hostile activity in cyberspace, and we will punish human rights abuse.

The GRU can only succeed in the shadows. We all agree that where we see their malign activity, we must expose it together. And we will.

(Source: https://www.gov.uk/government/speeches/minister-for-europe-statement-attempted-hacking-of-the-opcw-by-russian-military-intelligence

Conclusie minister van Defensie

Thank you ambassador Wilson,

Dames en heren,

Een team van vier Russische militaire inlichtingen officieren heeft afgelopen april het OPCW in Den Haag als doelwit gekozen voor een cyber operatie.

Het Amerikaanse ministerie van Justitie maakt vanmiddag een aanklacht openbaar tegen diverse Russische inlichtingenofficieren.

De Nederlandse regering vindt het zeer zorgelijk dat de OPCW, een internationale organisatie, doelwit was van deze cyberoperatie door de GRU. Het OPCW is gevestigd op Nederlands grondgebied.

Als gastland hebben wij een speciale verantwoordelijkheid om internationale organisaties vrij en veilig hun werk te kunnen laten doen. Die verantwoordelijkheid hebben we genomen. We hebben de cyber operatie verstoord voordat de GRU grote schade kon toebrengen.

Vandaag zet Nederland samen met internationale partners de schijnwerper op deze ondermijnende cyberoperaties van de GRU.

Door hiermee naar buiten te treden geeft Nederland een duidelijk signaal af: Rusland moet hiermee ophouden.

De Russische ambassadeur is zojuist ontboden bij het ministerie van Buitenlandse Zaken om hem deze boodschap over te brengen.

Vandaag worden onze internationale partners in de EU en NAVO en daarbuiten geïnformeerd over deze onacceptabele actie.

Met deze partners werken we samen om cyberdreigingen als deze een halt toe te roepen.

++++++++++++++++++++++

Meer informatie: https://www.defensie.nl/onderwerpen/cyber-security/russische-cyberoperatiehttps://www.defensie.nl/actueel/nieuws/2018/10/04/mivd-verstoort-russische-cyberoperatie-bij-de-organisatie-voor-het-verbod-op-chemische-wapens

+++++++++++++++++++++++

U.S. Department of Justice: U.S. Charges Russian GRU Officers with International Hacking and Related Influence and Disinformation Operations

+++++++++++++++++++++++

Geplaatst in Chemical weapons, Intelligence, Rusland, Russian Federation | Tags: , , , , , , | Een reactie plaatsen

Rapport over de dood van cameraman Stan Storimans in Georgië, 12 augustus 2008

[In 2008 publiceerde het ministerie van Buitenlandse Zaken een onderzoeksrapport naar de dood van RTL-camerman Stan Storimans in Georgië eerder dat jaar. Onderstaand de originele Engelstalige tekst*. Vreemd genoeg is deze niet meer te vinden op de website van Buitenlandse Zaken, noch die van de Tweede Kamer. Ik vind het via de ‘Wayback Machine‘, hdv]

Report of the Storimans investigative mission

The Hague

20 October 2008

Contents                                                                     Page

Introduction                                                                 3

General

Assignment

Activities

Events leading up top the incident                         4

General situation in Gori on 11/12 August 2008

RTL team visit to Gori on 12 Augustus 2008

Reconstruction of events                                            5

Conclusions                                                                     7

Introduction

General

There was great uncertainty regarding the circumstances surrounding the death of RTL cameraman Stan Storimans  in the Georgian city of Gori on 12 August 2008. Requests to both the Georgian and Russian authorities for information that might clarify the situation failed to yield useful information.

Assignment

On 25 August 2008 the Minister of Foreign Affairs appointed a mission to gather factual information that could clarify the circumstances in which Mr Storimans died in the city of Gori on 12 August 2008. The mission was headed by former ambassador Mr A.P.R. Jacobovits de Szeged and former commander of the Royal Military and Border Police Lt. Gen. (Retd.) M.A. Beuving.

Activities

The mission conducted its investigation in Georgia from 29 August to 3 September 2008. The investigation included interviews with witnesses and with national and international authorities and organisations.

During a visit to Gori, local residents were interviewed, some of whom had been present during the incident. The damage that had been caused was also examined. A great deal of direct evidence had already been cleared away or moved in the period of nearly three weeks since the incident, but some materiel was secured nonetheless. The mission received a large quantity of indirect evidence, in the form of pho§to and video material, from journalists, security cameras and the Georgian authorities. The mission spoke to the Russian ambassador in Georgia and asked him to contact the Russian authorities responsible for operations around Gori on 12 August 2008. The mission was referred to the authorities in Moscow.

After returning to the Netherlands, the material was analysed with the assistance of the Ministry of Defence and the Netherlands Forensic Institute (NFI).

On 17 October 2008 the mission met with representatives of the Russian Ministry of Foreign Affairs and Ministry of Defence in Moscow and shared its findings with them. The Russian interlocutors did not respond to the findings in detail. They said that Russia did not have any information on the event and that they would thoroughly study the mission’s findings. They also expressed the hope that this issue would not adversely affect bilateral relations.

Events leading up to the incident

General situation in Gori on 11/12 August 2008

In the face of the Russian advance, all Georgian units hastily retreated. In the days leading up to 12 August, military targets in Gori were bombarded, during which blocks of flats next to a barracks complex were also hit. This resulted in several dozen casualties and fatalities. By 12 August, military and police units had abandoned Gori. Much of the population had also fled. A few elderly residents and some men who wanted to protect their shops and homes remained.

RTL team visits Gori on 12 August 2008

On 11 August, the RTL team, consisting of Mr Akkermans and Mr Storimans, was in Tbilisi. While there, they heard Gori and been deserted. They decided to visit Gori next day, and arranged for a taxi driver to take them there. The next morning they were joined by an Israeli journalist. The taxi containing Mr Akkermans, Mr Storimans and the Israeli journalist arrived in Gori at approximately 10:00 on 12 August. During their journey they had seen the bombardment of the hills around Gori but given the distance involved considered that this presented no danger. They examined several location in Gori, such as the the flats that had been hit, and also visited the hospital. At approximately 10:30 they stopped at the northeastern corner of the central square in Gori. Shortly before, two cars had collided on the deserted square a short distance away. The taxi drive, Mr Akkermans and the Israeli journalist stayed close to the taxi, where several other journalists had also gathered. Mr Storimans walked onto the square to shoot some footage, including the statue of Lenin. Mr Storimans was walking back to the taxi and had almost reached it when explosions occurred.

During the explosions, at least five people, including Mr Storimans, suffered fatal injuries. Several others were also injured; the Israeli journalist was seriously wounded, while Mr Akkermans and the taxi driver received minor injuries to their legs. Many buildings in the direct vicinity were hit and many windows were shattered. The buildings did not sustain any structural damage.  Two small craters were evident in the square immediately after the explosion, together with the remains of a then-unidentified missile. The taxi was also hit.

Reconstruction of events

The mission reconstructed the events on the basis of the material gathered. The main sources are as follows.

  • On-site investigation

During the on-site investigation, the mission was able to establish that the entire square and several nearby streets had been hit in the same manner. An area of around 300 by 500 meters was struck by small metal bullets measuring around 5 mm. It was deduced from the entry holes that the bullets were from multiple explosions, with on the ground and in the air. Bullets were removed from the walls and taken away for analysis. Photos were taken of various small craters, both on the square and in the nearby streets.

  • Analysis of photo and video material  

A large quantity of photo and video material from a variety of sources was made available to the mission. The main findings of the analysis are:

-Reuters captured the explosions on video, both from a distance and from inside the square itself. The explosions were also recorded by security cameras at two banks at the southern end of he square. Analysis of this material shows that the square and surrounding are were hit by about 20 explosions at around 10:45, and that each explosion scattered a large number of bullets. The explosions can be seen to occur with in the air and on the ground.

-Video material from various sources show that after the explosions on the Western side of the square, the head of a missile descended. The missile was photographed in detail by the Georgian authorities and simultaneously by teams from CNN and Sky News. Serial numbers can be seen on the underside of the missile head.

-Other photo material shows the carrier part of a rocket, which landed between blocks of flats in the direct vicinity of the square. Photos are also available from the Georgian authorities and from the NGO HALO Trust, which show that part of a rocket engine fell through a roof into a bedroom a few hundred meters from the square.

  • Analysis of other material

The 5 mm bullets, which the mission found in the walls in Gori, which mr Akkermans retrieved from the taxi, and one of which was found in Mr Storimans’ body during the autopsy, were further analysed by the NFI and proved to be identical both optically and in terms of composition. The autopsy revealed that the bullet had fatally damaged Mr Storimans’ heart and lungs.

The explosions are consistent with submunitions from a cluster weapon exploding on the ground and in the air. The submunitions scattered large number of small bullets designed to eliminate military personnel.

Weapons of this kind are typically deployed in locations where large numbers of unprotected troops are concentrated, such as rear areas or barracks. Structural damage to matériel does not occur.

Cluster weapons can be conveyed to the target in various ways – by rocket, aircraft or artillery grenade.

Based on the available footage, it was established that the rocket remains found in and around the square were from a SS-26 rocket. This is confirmed both by visual characteristics and by the serial numbers found on the fragments and visible in the photos.

The SS-26 is a modern tactical ballistic rocket which is inly found in the weaponry of the Russian Federation. These rockets are able to hit a specified target over a distance of hundreds of kilometers to within an accuracy of about ten meters.

Conclusions

Based on its investigation, the mission draws the following conclusions:

  • Stan Storimans died at approximately 10:45 on 12 August 2008 due to fatal injuries caused by a single 5 mm bullet from an anti-personnel submunition released by a cluster weapon.
  • The area around the square in Gori, measuring about 300 by 500 meters, was hit by a cluster weapon comprising about 20 exploding submunitions, which scattered large numbers of small bullets. Mr Storimans and at least four other people were fatally wounded. Several other people suffered serious or minor bullet wounds.
  • The cluster weapon must have been propelled by tactical ballistic rocket of type SS-26 from the Russian Federation.

The mission has established that these were the circumstances in which Mr Storimans died.

[source

 

Statement by the Permanent Representative of the Kingdom of the Netherlands to the OSCE regarding the death of Dutch cameraman Stan Storimans on 12 August 2008

Geplaatst in Rusland, Russian Federation, Uncategorized | Tags: , , , , , , , , , | Een reactie plaatsen

Eerste Nederlandstalige artikelen over ‘novitsjok’

Eerste artikelen over ‘Novitsjok’ in de Nederlandse kranten. Gevonden op http://www.delpher.nl.

Rus: wapenakkoord misbruikt

Door Hans Geleijnse, correspondent in Moskou

Dr. Vil Mirzajanov schudt vertwijfeld het hoofd. Hij kan er absoluut niet bij dat het Westen vertrouwen schenkt aan de Russische handtekening onder de VN-Conventie op het Verbod van Chemische Wapens, die vorige maand in Parijs werd ondertekend. „De Conventie zal door onze generaals worden misbruikt om oude wapens op te ruimen en intussen door te gaan met de ontwikkeling van nieuwe”, weet Mirzajanov zeker.

Het wantrouwen van de scheikundige is gebaseerd op een kwart eeuw arbeid in het hart van chemische-wapencomplex van de Sovjet-Unie, dat nu onder Russische vlag opereert. Mirzajanov heeft geen vertrouwen in de effectiviteit van het nieuwe, in Den Haag te vestigen, VN-agentschap dat naleving van de conventie moet controleren met inspecties ter plekke. „Wie de formule voor onze nieuwe wapens niet kent, weet ook niet waar hij moet zoeken. Er is geen enkele garantie tegen schending van het verdrag”, zegt hij. Mirzajanov kreeg vorig iaar september genoeg van de sfeer van ‘leugens en bedrog’ waarin hij moest werken. Hij plaatste zn eigen ‘bom’, kreeg het aan de stok met de KGB en is nu zn baan kwijt, in afwachting van een proces. Mirzaianovs explosief bestond uit onthullende artikelen en interviews, de meeste samen met collega Lev Fjodorov.

Leninprijs

Tot voor kort dacht hij dat Jeltsin niet volledig was geïnformeerd over de ontwikkelingen in de chemische sector. Nu zoekt hij de fout bij de Russische president zelf. „Hij heeft zich omringd met lieden als Koentsjevitsj. Mensen die eerst de chemische wapens ontwikkelden, daarvoor van Gorbatsjov de Lenin-prijs in ontvangst mochten nemen en nu diezelfde wapens zouden moeten vernietigen. Dat komt neer op opdracht geven aan de wolf om het konijn van griep te genezen”. De vraag waarom het Westen niet op Mirzajanovs onthullingen reageert, kan in Moskou in elk geval niet worden beantwoord. De Amerikaanse ambassade reageert op de bekende Sovjet^wijze: veel beloften om terug te bellen, maar er gebeurt niets, of de betrokken functionaris is afwezig. Mirzajanov wil best toegeven dat de grens tussen ‘gewoon’ chemisch onderzoek, bijvoorbeeld naar nieuwe pesticiden of kunstmest, en wapenresearch een zeer vage is. Hij sluit niet uit, dat het Westen evenmin brandschoon is. „Misschien protesteert Amerika daarom wel niet tegen zo ’n man als Koentsjevitsj. Misschien hebben beide kanten wel belang bij opruiming van milieugevaarlijke ineffectieve wapens en ontwikkeling van een nieuwe generatie. Per slot van rekening is het chemische wapen aanzienlijk goedkoper te produceren dan een nucleair of hitech conventioneel oorlogstuig”, zegt hij.

Gespleten tong

Volgens de beide wetenschappers praat Rusland aan de onderhandelingstafel met gespleten tong. Met Amerika werd in 1990 een verdrag tot vernietiging van chemische wapens afgesloten. Maar in 1992 werd rustig doorgewerkt aan ontwikkeling, test en produktie op kleine schaal van een supergevaarlijk nieuw chemisch wapen. Sterker nog: Mirzajanov weet ook zeker dat de chef van het chemische wapenprogramma, generaal Anatoli ïtoentsjevitsj, 25 miljoen dollar die de Amerikanen beschikbaar stelden voor vernietiging van chemische wapens, in de ontwikkeling van nieuwe stopt.

Mirzajanov, die in 1990 uit de Communistische Partij stapte, werkte in het Onderzoeksinstituut voor Organische Chemie en Technologie, gevestigd aan de Boulevard der Enthousiasten in Moskou. De laatste vijf jaar was hij directeur van de afdeling Maatregelen tegen Buitenlandse Inlichtingendiensten. Mirzajanov weet dus van de hoed en de rand als het gaat om afschermen van geheimen. Zn werk bracht hem, zegt hij, in zowat alle laboratoria, produktieplaatsen en testgebieden voor chemische wapens in het voormalige Sovjetrijk. Des te meer stoort het hem, dat het Westen, en vooral Amerika, niet heeft gereageerd op zijn onthullingen, terwijl de KGB hem nota bene arresteerde.

Binair

Maar nóg bezorgder is Mirzajanov over de verdere ontwikkeling van een nieuw, binair wapen. Binaire wapens bestaan uit twee chemische componenten die, met elkaar in aanraking gebracht, een uiterst effectief gifgas produceren. Volgens Mirzajanov is het wapen ontwikkeld in net chemische complex van de Wolga-plaats Tsjeboksarks, heeft het de codenaam Novitsjok (Nieuweling) en is het vele malen effectiever dan de Amerikaanse variant VX.

Volgens Mirzajanov is het tamelijk eenvoudig om de ontwikkeling en produktie van binaire wapens geheim te houden, omdat de chemische componenten afzonderlijk niet als potentieel wapen worden herkend. Ontdekking zou alleen mogelijk zijn, als de formule bekend is. Mirzajanov zegt die formule te kennen, maar wil hem niet onthullen.

Mirzajanov is gefrustreerd dat de onthullingen van Vladimir Pasetsjnik, een bioloog die in 1989 naar net Westen overliep, wel effect sorteerden. Pasetsjnik lichtte Amerika en Groot-Brittannië in over een omvangrijk programma voor de ontwikkeling van biologische wapens, dat onder de dekmantel van een onschuldig ogende firma, Biopreparat, werd gefinancierd. Niettemin had Moskou in 1975 een verdrag getekend dat biologische wapens geheel en al uitbande. BBC en Newsweek publiceerden recentelijk over de gevolgen: Boris Jeltsin moest na westerse aandrang zijn militairen tot de orde roepen. Hij vaardigde een speciaal decreet uit, dat het einde van Biopreparat tot gevolg zou moeten nebben. Mirzajanov: „En nog kunnen we er niet zeker van zijn dat dit programma ook werkelijk is gestopt”.

‘Veel meer’

„Ik heb gezegd dat in onze arsenalen veel meer chemische wapens liggen dan de 40.000 ton die we officieel hebben opgegeven. Waarom is eerst niet een grondige inventarisatie gevraagd voordat de Conventie werd ondertekend? Hoe kun je controleren of alles wordt vernietigd als ie niet eens op de hoogte bent van ac echte omvang? De papieren ziin gewoon vervalst, er staat 40.000 ton, in werkelijkheid is het 70.000 ton en misschien wel meer”, zegt Mirzajanov geëmotioneerd. Mirzajanov zegt dat het om veelal verouderde wapens gaat, vooral mosterd-,en zenuwgas. De produktie is al in de jaren twintig gestart en er is een continue stroom van duizenden tonnen per jaar, zegt hij. „Vaak weet het Westen dankzij spionagesatellieten beter waar de opslagplaatsen zijn dan onze eigen bevolking. Veel van die wapens zijn gewoon gedumpt, met alle risico’s voor het milieu”.

Langs de ‘rivier van de chemische dood’, de Wolga, van het zuidelijke Wolgograd tot het noordelijke Tsjeboksarsk, wemelt het van de chemische complexen. Sommige, zoals in Tsjapajevsk, zijn omgebouwd tot vernietigingsplaats. Maar volgens Mirzajanov is het maar goed dat de lokale bevolking daar in opstand is gekomen. Nog beter is net, dat het parlement twee weken terug niet akkoord is gegaan met door Koentsjevitsj voorgelegde plannen tot opruiming van de oude voorraden. „Het geld is er niet, de technologie evenmin. De vier door Koentsjevitsj en de zijnen voorgestelde plaatsen liggen dicht bij bevolkingscentra, de risico’s zijn enorm”, waarschuwt hij.

Gevangenis

Voorlopig worstelt hij nog met de consequenties van zijn bekering van wapenontwikkelaar tot luider van de alarmbel. De schending van zijn beroepsgeheim kan hem op vijf tot zeven jaar gevangenisstraf komen te staan. Mirzajanov: „En zelfs als ik niet wordt berecht, of vrijgesproken kan ik er zeker van zijn dat de KGB mij en mijn gezin het leven onmogelijk zal maken. Vergis je niet, er is in Rusland wat dat betreft maar weinig veranderd”.

Z’n echtgenote en twee kleine kinderen luisteren in de woonkamer van de eng bemeten tweekamerflat ademloos mee. Mirzajanov: „Ik heb president Clinton over dit alles een persoonlijke brief geschreven. Ik heb hem om politiek asiel gevraagd voor mij en mijn gezin. Nee, ik heb nog geen antwoord gehad”.

(Leeuwarder Courant, 13-2-1993)

 

Verdacht politiek proces rond Russische chemicus

(Van onze redactie buitenland) AMSTERDAM – Begin deze week werd in Moskou het proces onderbroken tegen Vil Mirzajanov (59), een chemicus die in het verleden onderzoek heeft gedaan op het gebied van chemische en biologische wapens. De openbare aanklager wil een nieuw onderzoek in de zaak, waarbij de chemicus wordt beschuldigd van het publiceren van staatsgeheimen. De wetsartikelen waarop die aanklacht berust, zijn overigens nooit gepubliceerd. De zaak-Mirzajanov begon in oktober 1992, toen de inmiddels werkloze chemicus een artikel publiceerde in het Engelstalige weekblad Moscow News. Hij onthulde daarin dat hij vóór zijn ontslag had gewerkt aan de ontwikkeling van een chemisch wapen, dat werd aangeduid met de naam Novitsjok (Nieuwkomer). Novitsjok was volgens Mirzajanov een strijdgas, dat vijf maal krachtiger is dan alle tot nu toe bekende zenuwgassen. Het artikel meldde niet uit welke elementen het nieuwe gas was samengesteld, noch hoe het geproduceerd werd, maar de onthulling bracht de Russische autoriteiten wel in grote verlegenheid. Sinds 1987 hebben de Sovjetautoriteiten en hun Russische opvolgers luid verkondigd, dat zij de produktie van alle chemische en biologische wapens hadden gestaakt.

Maar kennelijk hadden zij verzwegen, dat er desondanks werd gewerkt aan nieuwe chemische wapens. Mirzajanov werd gearresteerd en opgesloten in de gevangenis Lefortovo in Moskou. Na twaalf dagen werd hij vrijgelaten en in staat van beschuldiging gesteld. Eind januari van dit jaar kwam de zaak voor een rechtbank in één van de buitenwijken van Moskou. Mirzajanov weigerde vrijwillig te verschijnen. “Dit wordt een schijnproces in de beste Sovjettraditie,” meende hij en hij verwees naar de nieuwe Russische grondwet, die het verbiedt ongepubliceerde wetten te gebruiken in een aanklacht. Hij werd opnieuw gearresteerd en ditmaal opgesloten in de zwaarbewaakte gevangenis Matrosskaja Tisjina. Van meet af aan werd het proces achter gesloten deuren gevoerd, tot groot ongenoegen van de Russische pers en van de organisaties voor mensenrechten als ‘Helsinki Watch’ en de Russische groep ‘Herinnering. Op één van de eerste dagen van het proces verzamelden zich enkele tientallen journalisten voor het gerechtsgebouw om een openbaar proces te eisen.

Ze werden verwijderd door agenten van het ministerie voor veiligheid, de opvolger van de KGB. Deze bezochten ook een aantal kranten om deze te ‘overreden’ af te zien van publikaties over de zaak. De correspondent in Moskou van de Amerikaanse Baltimore Sun werd zelfs meegenomen naar Lefortovo en daar langdurig verhoord. Daarop schreef het Russische dagblad Izvestia dat despotisme zichzelf handhaaft als het absurde wordt verheven naar het niveau van de wet. Deze week werd het proces dus onderbroken, maar Mirzajanov blijft voorlopig in hechtenis, zeer tot verontwaardiging van zijn verdediger, Alexander Asnis.

“Ik vind geen woorden om mijn teleurstelling onder woorden te brengen,” zei Asnis, nadat zijn cliënt geboeid de rechtszaal uit was geleid. De verdediger verwacht dat het nieuwe onderzoek ten minste een maand zal gaan duren. “Mirzajanov hoort helemaal niet in de gevangenis thuis.” Die mening lijkt ook een deel van de Russische regering toegedaan. De adviseur voor de nationale veiligheid van president Jeltsin, Joeri Batoerin, liet voor het begin van het proces al weten dat naar zijn mening de zaak tegen Mirzajanov ongrondwettelijk is. Maar kennelijk zijn er achter de schermen krachten werkzaam, die verhinderen dat de aanklacht wordt geseponeerd. De Amerikaanse Academie voor Wetenschappen in Washington, die de gebeurtenissen rond Mirzajanov op de voet volgt, heeft kernachtig het dilemma weergegeven waarvoor de chemicus zijn regering heeft gesteld: “Of de Russen ontwikkelen nieuwe zenuwgassen en hebben ons bedrogen, of zij doen het niet en dan hebben zij geen enkele grond om Mirzajanov te vervolgen.”

(Parool, 16-02-1994)

Geplaatst in Chemical weapons, Russian Federation, Soviet Union | Tags: , , , , , | Een reactie plaatsen

Defensie in het regeerakkoord kabinet Rutte-III

4.2 Defensie

De snel toenemende instabiliteit in de wereld waarin aard en omvang van dreigingen en crises in hoog tempo variëren, vergen een moderne en goed toegeruste krijgsmacht. Binnenlandse en internationale veiligheidsproblemen grijpen steeds meer in elkaar en steeds vaker zijn instabiele landen in de ‘ring van instabiliteit’ rondom Europa daarvan de oorzaak. Een veelzijdig inzetbare krijgsmacht die uitvoering kan geven
aan zijn grondwettelijke taken is het uitgangspunt. Daarvoor zijn investeringen nodig. De snel veranderende wereldorde vraagt van Nederland om in bondgenootschappelijk verband een relevante bijdrage te leveren om de internationale veiligheidsdreigingen het hoofd te bieden. In de eigen regio zal met Europese bondgenoten meer worden samengewerkt.

  • Het kabinet zal de investeringen in Defensie fors opvoeren. De investering loopt op tot ruim 1,5 miljard euro per jaar. De basisgereedheid wordt op orde gebracht, de operationele inzetbaarheid wordt vergroot en noodzakelijke investeringen in vervanging en vernieuwing van materieel worden toekomstbestendig
    gefinancierd.
  • Het kabinet komt met voorstellen om de voorspelbaarheid en schokbestendigheid van de Defensiematerieelbegroting te vergroten, zoals een specifieke prijsindex of een structurele oplossing voor valutaschommelingen.
  •  Het kabinet formuleert een veiligheidsstrategie waarin binnen- en buitenlandse dreigingen, waaronder terrorisme, het hoofd worden geboden en die de huidige Internationale Veiligheidsstrategie vervangt. Ook actualiseert het kabinet periodiek de Defensienota waarbij zij rekening houdt met het planningsproces van NAVO en EU en de strategische keuzes van belangrijke bondgenoten. De Defensienota zal leidend zijn voor langetermijn-besluitvorming over de aanschaf en noodzaak van grote wapensystemen. Om de flexibiliteit en inzetgereedheid van de krijgsmacht te vergroten wordt het concept van de adaptieve krijgsmacht in de komende kabinetsperiode concreet uitgewerkt.
  • Internationale militaire missies volgen uit een geïntegreerde buitenland- en veiligheidsstrategie. Bij besluitvorming moet er rekening mee gehouden worden dat militaire missies voor langere duur en in voldoende omvang kunnen worden aangegaan. De investeringen in de krijgsmacht zijn mede hierop gericht.
  • Het kabinet zet in op verdere voortzetting van bilaterale en Europese samenwerking op het gebied van gezamenlijk(e) aankoop van materieel, opzetten van gezamenlijke opleidingen en trainingen en het poolen van bestaand militair materieel.
  • Het kabinet zet het beleid voort om met gelijkgezinde landen verdere afspraken over concrete bi- en multinationale samenwerking te maken met als doel elkaar te versterken en de inzetbaarheid van de gezamenlijke krijgsmachten te vergroten door verregaande interoperabiliteit.
  • Nederland blijft er in Europees verband op aandringen dat er zoveel mogelijk level playing field gaat ontstaan. Dit schept ruimte voor Europese productie en verkoop en onze innovatieve industrie. Nederland houdt zich daarbij nadrukkelijk het recht voor om bij aanbestedingstrajecten op het gebied van defensie de hiervoor relevante bepaling van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (art. 346)
    ruimhartig te interpreteren vanuit het perspectief van nationaal veiligheids- en economisch belang.
  • Ten behoeve van militairen die een handicap, trauma of andere aandoening hebben opgelopen tijdens hun missies naar het buitenland wordt binnen de begroting van Defensie een Nationaal Fonds Ereschuld van 20 miljoen euro in het leven geroepen.
  • Nederland dient te beschikken over een krijgsmacht die opgewassen is tegen technologisch hoogwaardige tegenstanders. Daartoe investeert het kabinet in een forse uitbreiding van cybercapaciteit en technologie bij alle krijgsmachtonderdelen en versterkt zijn rol in de digitale beveiliging en bewaking van Nederland
    vanuit zijn grondwettelijke verantwoordelijkheid.

    (Bron: regeerakkoord Rutte-III, 10 oktober 2017)

Geplaatst in Defensie | Tags: , , | Een reactie plaatsen

De verzwegen nederlaag van Nederland in Afghanistan

Tien jaar geleden behaalden Nederlandse troepen in Uruzgan een belangrijke overwinning op de Afghaanse Taliban in de provincie Uruzgan. In juni 2007 vielen de Taliban het administratieve centrum van Chora aan, een strategisch gelegen vallei ten noorden van de hoofdstad Tarin Kowt. In Chora zelf waren niet veel Nederlandse troepen. Kolonel van Griensven (nu Inspecteur-Generaal der Krijgsmacht, toen commandant van de Task Force Uruzgan) stond voor een simpele keuze: terugtrekken of terugvechten. Hij koos voor dat laatste en gooide vrijwel alle gevechtseenheden van de Task Force in de strijd.

Nederlandse troepen in Chora

Bijna  de gehele Battle Group (totaal zo’n 400 man) verplaatste zich bliksemsnel naar de Chora-vallei en ging het gevecht met de Taliban aan. De zware pantserhouwitsers op Kamp Holland ondersteunden de troepen vanaf 30-40 kilometer afstand en er was vonden ook luchtaanvallen plaats door Nederlandse en Amerikaanse gevechtsvliegtuigen. Het werd een klinkende overwinning. De Taliban werden verjaagd en aan Nederlandse zijde viel maar één dode, niet eens door vijandelijk vuur. Sergeant-majoor Leunissen kwam om het leven doordat er een granaat voortijdig in zijn mortier ontplofte. Wel vielen er relatief veel doden onder de plaatselijke bevolking.

Vuursteun vanuit Kamp Holland. Foto: Defensie

De overwinning in Chora werd vanuit Den Haag breed uitgemeten. ‘De zwaarste slag van het Nederlandse leger sinds de oorlog in Korea van de jaren 50’ was een veelgehoorde zin die door het ministerie van Defensie werd gebruikt. Ook zou met de overwinning in Chora de ‘schande van Srebrenica’ zijn rechtgezet. Niet terugtrekken maar aanvallen en de lokale bevolking beschermen was het devies.

Veel minder aandacht (zeg maar: vrijwel geen) was er voor de grootste nederlaag van de Nederlandse troepen in Uruzgan, nog geen drie maanden later. Begin september 2007 begonnen de Taliban met de verovering van het district Deh Rawod, een van de andere ‘inktvlekken’ van de Task Force Uruzgan. Binnen de kortste keren hadden ze de Afghaanse militairen en politie verdreven uit de green zones, de landbouwgebieden van de plaatselijke bevolking. De Nederlandse en Amerikaanse troepen in het district konden weinig uithalen.

Volgens de vluchtelingenorganisatie van de VN, de UNHCR, had het Talibanoffensief zo’n tienduizend mensen in het district Deh Rawod van huis en haard verdreven. De UNHCR sprak van de grootste vluchtelingenstroom in de hele oorlog in Afghanistan tot dan toe. In kringen van de NAVO sprak men van de grootste terreinwinst die de Taliban waar ook in Afghanistan had geboekt sinds de komst van ISAF.

Gelukkig was er in Deh Rawod één Nederlandse journalist die de buitenwereld informeerde over het Talibanoffensief: Joeri Boom die destijds voor De Groene Amsterdammer werkte. Hij was al diverse keren in Uruzgan geweest en kon de ontwikkelingen goed duiden.

Joeri Boom krijgt schietles in Camp Hadrian

Tijdens het offensief werkte hij vanuit Camp Hadrian, het Nederlandse kampement in het district Deh Rawod. Zijn artikelen waren glashelder: er was in Deh Rawod sprake van een benarde situatie.  Zo benard dat hij zelfs schietles kreeg en een plaats kreeg toegewezen op de Hescowal rond Camp Hadrian, mochten de Taliban het kamp aanvallen. Persoonlijk ken ik  geen enkel ander voorbeeld tijdens de missie in Uruzgan dat een journalist semi-gemilitariseerd werd. Tekenend voor de situatie.

Korte tijd later bracht ik in het kader van een NAVO-reis naar verschillende delen van Afghanistan een bezoek aan Kamp Holland. Ik sprak er onder andere met de nieuwe commandant van de Task Force Uruzgan, kolonel Nico Geerts. Waarom de Taliban niet uit het district Deh Rawod werden verdreven, was mijn vraag. Het antwoord was eenvoudig “Daarvoor hebben we niet genoeg troepen hier”, zei Geerts. Daar kon de kolonel zelf natuurlijk niets aan doen. Het aantal Nederlandse troepen in Uruzgan was bepaald door het kabinet Balkenende-II. Dat heeft destijds de dreiging van de Taliban ernstig onderschat. Er kwamen lopende de missie ook geen wezenlijke versterkingen, dat lag in Den Haag allemaal veel te gevoelig.

De offensieven van de Taliban bij Chora en Deh Rawod toonden het nog iets aan: er was iets grondig mis met het vergaren van inlichtingen door de Task Force. Weliswaar waren de modernste middelen ingezet (Kamp Holland wemelde van de antennes) maar waar het aan ontbrak was humint, inlichtingen die onder de bevolking werden vergaard. Bij de start van de missie, zo blijkt uit onderstaande illustratie uit 2006*, had men nog geen idee hoe een groot deel van de bevolking van het district Deh Rawod tegenover de Taliban  stond. Het grote vraagteken in de kaart spreekt wat dat betreft boekdelen.

Stammen in het district Deh Rawod

Ik vraag me ook af of de Nederlandse Task Force wist hoe belangrijk dit district voor de Taliban was. Talibanleider Mullah Omar heeft er een groot deel van zijn jeugd gewoond (bij het plaatsje Kakrak, zie kaart). Tijdens het offensief in 2007 zou hij ook persoonlijk een kijkje zijn gaan nemen, wel vanaf de ‘veilige’, westelijke kant van de Helmand-rivier. Ook de toenmalige landelijke militaire commandant van de Taliban, Mullah Berader, kwam uit het district Deh Rawod. In de buurt van Kakrak vond trouwens in 2002 ook het beruchte Amerikaanse ‘bruilofsbombardement‘ plaats, waarbij zeker 30 burgers omkwamen waaronder familieleden van Mullah Omar. Dat was hij uiteraard niet vergeten. In de jaren ’80 vonden trouwens bij Deh Rawod ook felle gevechten plaats tussen troepen van de Sovjet-Unie (roodgekleurd in onderstaand kaartje) en de door het Westen gesteunde mujahedin.

Frontlinies bij Deh Rawod in de jaren ’80. Bron: U.S. Marine Corps

Mijn vertrouwen in de voorlichting door Defensie liep in 2007 door het gesjoemel over Deh Rawod een flinke knauw op. Er is niets aan de hand, het valt allemaal erg mee, zo luidde het devies in Den Haag. Ja, er waren een hoop mensen gevlucht, maar niet zo erg ver weg. Persoonlijk had ik meer vertrouwen in de meldingen van de UNHCR en het ISAF-hoofdkwartier. En vanaf dat moment geloofde ik nog maar weinig van de officiële defensievoorlichting. Motto: als je zo open bent over plaatselijke overwinningen, wees dat dan ook over plaatselijke nederlagen.

Nederland maakte plannen om het district Deh Rawod te heroveren. Maar bij de Amerikaanse en Afghaanse troepen maakten die plannen kennelijk weinig indruk. Nog voordat Nederlandse troepen in actie konden komen begonnen Afghanen en Amerikanen begin 2008 hun eigen offensief en mepten de Taliban het district uit. Totale afgang voor de Nederlanders…. Later dat jaar kon ik als eerste Nederlandse journalist een bezoek brengen aan het heroverde gebied.

Overleg met plaatselijke leiders in het heroverde gebied

Overleg met plaatselijke leiders in het heroverde gebied bij Deh Rawod. Foto: Hans de Vreij

 

*Bron: PRT Briefing, 2006

Geplaatst in Afghanistan, Defensie, Uruzgan | Tags: , , , , | 3 reacties

Nederlandse bijdrage aan de NAVO

(Transcriptie van een interview dat ik aan BNR Nieuwsradio gaf. Uitzending 15 maart 2017, 18:35, presentator Meindert Schut)

Naast al het verkiezingsnieuws hebben we het deze week over de NAVO. Belangrijk verkiezingsthema natuurlijk ook, en het is ook de week dat de NAVO haar jaarverslag presenteerde. Grote vraag: hoe groot is de rol van Nederland nog in die NAVO? Zijn we nog wel in staat onze taak als NAVO-lidstaat uit te voeren met een steeds kleiner wordende krijgsmacht die wordt geteisterd door bezuinigingen? Er wordt natuurlijk wel heel veel beloofd in de verkiezingsprogramma’s. We gaan er over praten met Hans de Vreij, hij is oud-correspondent in o.a. Berlijn en Brussel en defensiespecialist. Goed dat je er bent in de studio. Is onze krijgsmacht echt zo klein in vergelijking met andere NAVO-lidstaten? 

Vergeleken met de andere Europese NAVO-lidstaten heeft Nederland na Polen de kleinste krijgsmacht per hoofd van de bevolking. Dat is één probleem. Dan zou je nog kunnen zeggen: ‘klein maar fijn’, dus erg goed, maar dat is een ander probleem. Generaal Mart de Kruif, buiten dienst, de oude baas van de landmacht, zei van de week: “het is een verrot huis”.  Dat zijn zware woorden die een oud-generaal niet zomaar uit. Er deugt gewoon geen moer meer van.

Maar zijn die woorden terecht?

Ik vind van wel ja, ook als je kijkt naar de kritiek vanuit de NAVO zelf. Nederland kan een hele hoop dingen niet eer doen, puur om zuinigheidsredenen. Het meest maffe voorbeeld vind ik dat onze vier luchtverdedigingsfregatten zijn uitgerust met een fantastische radar, die in de ruimte ballistische raketten kan zien. Maar de eigen raketten om die aanvalsraket te onderscheppen die hebben we natuurlijk niet gekocht, want dat is véél te duur. Dat laten we de Amerikanen doen.

Daar schiet je dan letterlijk niet veel mee op. Maar als we dan zo klein zijn, ik heb vaak het idee we zitten in Mali en andere missies, dat het met onze jongens heel goed ging, en dat we daar een beetje trots op waren omdat we international echt meededen?

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Hans de Vreij mee op patrouille bij Deh Rawod, Uruzgan. Op de achtergrond ‘Alexander Hill’, de plek waar volgens de legendes de troepen van Alexander de Grote de Helmand-rivier zijn overgestoken.

Mali is geen NAVO-missie, Uruzgan was dat wel. Ik ben daar ook een paar keer geweest en kan je vertellen: ook daar ging van alles totaal mis. Terwijl in de ene uithoek, Chora, het Nederlandse leger mooie sier maakte, “nou we hebben die Taliban mooi tegengehouden” werd in een andere uithoek, de Deh Rawod-vallei – die werd volkomen onder de voet gelopen. Ik vroeg toen aan de commandant: “Kunt u daar niets tegen doen?” “Nee, daar hebben we te weinig troepen voor.” Uiteindelijk moesten Amerikaanse en Afghaanse troepen dat gebied heroveren.

De PR was gewoon goed in die tijd misschien? Want er werd al die tijd gezegd, we zijn klein maar het is van de hoogste kwaliteit. 

Dat is niet zo, zegt de NAVO. En we zijn in feit in de afgelopen jaren voor de gek gehouden, onder andere door minister Hennis en premier Rutte die zeiden “we zijn aan het ombuigen, er is een koerswijziging, een trendwijziging.” Als je kijkt naar de netto-cijfers dan besteedt Nederland de afgelopen jaren minder dan één procent (van het bruto binnenlands product, hdv) aan Defensie. De ouderen onder ons hebben het wel eens over de ‘Gebroken Geweertje’-jaren in de jaren ’30. Het dieptepunt toen was 1,6 procent, daar broken riflezitten we nu vér onder.

In 2014 werd Nederland door de NAVO al op de vingers getikt vanwege het feit dat er te weinig aan defensie werd uitgegeven, waarom lukt het Nederland  niet om die krijgsmacht op orde te krijgen, de financiering ervan?

Omdat de kabinetten prioriteit hebben gegeven aan het op orde brengen van het staatshuishoudboekje en de ondersteuning van de euro. En vooral niet dingen doen die de kiezers in de portemonnee raken.

Maar goed, die crisis is in andere Europese landen ook aanwezig geweest, vaak nog wel harder dan in Nederland? 

Maar die geven ook net zo weinig uit. Hennis roept steeds: “Maar we werken heel nauw samen met Duitsland”- da’s waar, en met België, dat is ook waar. Maar die geven allebei ook weinig uit aan defensie. Er wordt wel geruild, maar het voegt geen enkele extra capaciteit toe aan de NAVO. Dat is voor de NAVO het probleem.

En daar heeft Trump natuurlijk ook op gewezen. 

Ja Trump heeft gezegd: “Jongens, jullie hebben beloofd: twee procent .” Die afspraak dateert oorspronkelijk uit 2004, en is formeel door alle lidstaten herbevestigd in 2014. En toch zie je  premier Rutte en minister Hennis roepen: “Ja, nee, maar het gaat er niet om hoeveel je besteedt maar hoe je het besteedt. Nee! Of je belooft: twee procent en dat doe je dan. Of je doet dat niet en zegt: “Fuck you! en we gaan onze eigen weg wel.

En dat is dus eigenlijk de boodschap kennelijk. Misschien niet zo diplomatiek, maar…

… Nederland is een trouwe NAVO-bondgenoot, een van de eerste lidstaten van de NAVO.  Heeft ook een paar belangrijke niche-capaciteiten. Ik noem de kernwapens die niet op Volkel liggen en straks in geval van een oorlog met Rusland door de F-35’s op Russische doelen moeten worden gedropt. Dat is een belangrijke taak. Als je kijkt naar de kritiek van de NAVO dan richt die zich niet zozeer op de marine of luchtmacht, daar zijn wel allerlei opmerkingen over gemaakt, maar op de landmacht. Want die is niet meer in staat een oorlog te voeren. Geen tanks, geen divisies, geen pantserbrigades meer.

Maar dat is het probleem van de NAVO zelf. Ik heb ooit in 2003 in Amerika een cursus gevolgd, ‘de Nieuwe NAVO’, gegeven door de NAVO. Want na de val van het IJzeren Gordijn en het uiteenvallen van het Warschau-Pact hadden ze iets van: “Wacht eens even, al die enorme legers met dienstplichtigen die zitten te wachten totdat de Russische tanks aan komen denderen over de Noord-Duitse laagvlakte, dat is niet meer. Waar we nu heen moeten dat zijn lichtbewapende expeditionaire troepen die snel naar het buitenland kunnen.”

Nederland heeft die les overgenomen en alle zware middelen weggedaan. Toen kwam Georgië 2008,  Rusland valt Georgië binnen en bezet een deel. Toen kwam de Krim in 2014, toen kwam Oost-Oekraïne in 2014.  En men realiseerde zich opeens dat de theorie van Poetin dat “overal waar Russen wonen, dat is eigenlijk van mij’, dat die ook kan gelden voor de NAVO-lidstaten Estland, Letland en Litouwen. Maar mocht die daar binnenvallen, dan heb je een echte oorlog. En dan zegt de NAVO: daar moeten we ons nu op gaan voorbereiden.  De echte, zware oorlog.

Er moet dus geld worden geïnvesteerd. Dat wordt ook door verschillende verkiezingsprogramma’s beloofd, door veel partijen. Je zegt marine en luchtmacht is nog wel redelijk, landmacht is echt niets meer. Moet daar dan ook het geld met name naar toe? Tanks kopen? 

Bizon Drawsko

Duits-Nederlandse ‘leasetank’ op oefening in Polen

We gaan er nu 18 leasen van Duitsland, die tegen het jaar 2020, over drie jaar dus, misschien operationeel zijn, misschien ook een jaar later. Dan hebben we ook nog 18 kanonnen – je kunt er niet eens Zuid-Limburg mee verdedigen. Er zal dus enorm geïnvesteerd moeten worden. Maar de ervaring leert dat het ombouwen van legers, dat kost tijd. Ik denk dat je moet rekenen tien jaar voordat de Nederlandse landmacht weer op orde is.

Maar om even een vies woord te gebruiken, is dat nog wel nodig of moeten we misschien denken: stop dat geld dan liever gelijk in de samenwerking in een Europees leger? Dat is dan het vieze woord dat  ik bedoelde.

Het probleem met een Europees leger is dat het geen kernwapens heeft, behalve Engeland en Frankrijk, maar die gaan die niet voor de EU inzetten, never. We zijn een club die wordt verdedigd door Pappa Amerika met z’n kernwapens. Zoals president Theodore Roosevelt in 1900 zei: “Talk softly and carry a big stick“.

Maar is dat juist niet het gevolg dat we zo weinig hebben geïnvesteerd in onze defensiemacht omdat we die bescherming voelen van Amerika? 

Natuurlijk. We konden rustig achterover leunen. Maar nu komt het punt met Trump. Ik vraag me af of Trump bereid zou zijn om kernwapens in te zetten ter verdediging van Estland of Letland – Litouwen is een ander verhaal, minder Russen. Ik denk het niet. Als Poetin dat ook denkt, dan gaan er hele rare dingen daar gebeuren. De NAVO zegt: OK, dan zetten we daar extra troepen neer, we noemen dat een nucleaire struikeldraad, allemaal Westelijke NAVO-troepen, ook een Nederlandse compagnie van 200 man. Ik ben heel benieuwd wat Poetin gaat doen.

Dat zal de toekomst uitwijzen. Nog even heel kort: Nederland heeft het niet op orde, dat weten we ook allemaal, maar wel al heel lang NAVO-lid natuurlijk, een van de eerste leden. Hebben we ook nog wat te vertellen binnen de NAVO? 

Ja, volledig, we zijn volwaardig lid van de NAVO. Het hoofd van het Militair Comité van de NAVO, een van de belangrijkste organen, is de Nederlandse generaal Jan Broeks. 

++++++++++++++

 

Geplaatst in Defensie, NAVO, Rusland, Uruzgan | Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , , , | 1 reactie

‘Russian Spy and I’

palais

The Palais des Nations in Geneva, Switzerland.

Chapter I: Opening Moves

“Excuse me, are you from the Soviet Union?” The question in Russian was almost superfluous. The man I addressed from behind was a typical homo sovieticus. The wrong suit and shoes, a typical haircut. The year: 1987. Location: the Palais des Nations, the European headquarters of the United Nations. He was looking at advertisements for ‘Apartments for Rent’. Thus began my contacts with Mikhail Petrukhov, KGB operative*.

Later Mikhail told me he thought at the time I was working for a Western intelligence service. Who else would address him from behind in the correct language? The answer was simple. I had studied Russian language and literature in university, and had a keen interest in the Soviet Union. Identifying him as a Soviet citizen was a piece of cake.

In the weeks that followed we met now and then in the UN coffee bar. Mikhail was a Soviet diplomat, accredited to the United Nations Office in Geneva, specialized in the UN development organization UNCTAD. But it soon turned out his real expertise lay in topics that had nothing to do with ‘Trade and Development’: human rights, nuclear weapons, Afghanistan, and other issues  popular in the late 1980s.

At first my contacts with this Soviet diplomat were no different than those with other diplomats in the Palais des Nations. You usually heard a bit more from them than at the boring weekly media briefings of the UN itself. But soon Mikhail made a mistake. We had lunch in an expensive restaurant. At the time I was a dead-poor freelancer, struggling to keep my head above water in one of the most expensive cities in the world.  Anyway, after the lunch the waiter presented the bill. I offered to pay. He paid, of course. But when we left he didn’t pick up the bill and left it on the table.

Now any Western diplomat would have taken the bill with him so he/she could declare it as expenses. And Soviet diplomats in those days did not have unlimited access to foreign (read: capitalist) currencies.  However, I had read that Soviet intelligence operatives of a certain rank had a monthly allowance of Swiss Francs, to be spent at their discretion.

From that moment onward, I paid extra attention to what Mikhail said and did. My first job had been with the Dutch section of Amnesty International, an organization which was conscious of possible hostile activities of secret services. I picked up a few bits of useful information from them. Soon, Mikhail did something which betrayed his identity beyond doubt.

As far as journalists were concerned, the KGB worked mainly to develop ‘agents of influence’: journalists who were not paid by the KGB but did disseminate Soviet points of view. In addition, they analyzed the ‘targeted journalist’ in terms of possible blackmail: ‘kompromat‘ (compromising material). This especially held true for journalists who later might find themselves in an important position, such as press spokesman at a ministry.

In 1987, the UN Conference on Disarmament (CD) was negotiating a worldwide ban on chemical weapons. As hardly any other journalists covered this, I did, and soon became one of the ‘experts’ on this particular topic.  Doors that hitherto had been closed to me opened and there were invitations for interesting  chemical weapons-related UN trips to the Soviet Union and Japan.

shikhany-1987

The author of this article during a UN visit to a Soviet chemical weapons base in Shikhany (Saratov oblast), 1987

Then Mikhail made his opening move. “You know so much about chemical weapons”, he told me. “Would you be willing to write an article about the state of play at the CD negotiations for the internal magazine of our Ministry of Foreign Trade?” He added the article would have to be published under his name, of course.  Alarm bells were ringing all over the place. Internal magazine? Ministry of Foreign Trade? Under his own name? What to do? Mikhail had proven to be a reliable source of information. But this? I decided to proceed, while staying on the safe side. So, I made a summary in English of an already published article that I had written for the Dutch newspaper ’Trouw’.

A few weeks later he made another move that betrayed him. After yet another dinner in a busy restaurant in downtown Geneva he produced an big envelope from his jacket. “Here is the money for the article, they really liked it”. I waved my hands in front of me, conscious that there might be a guy with a camera elsewhere in the restaurant who could record a highly suspect event, to be filed under kompromat. I told Mikhail that I appreciated the useful information he provided now and then, as well as the free dinners. But taking money? No way!

Later I was contemplating Mikhail’s move while at my desk in the press room in the Palais des Nations. He had clearly gone too far. I consulted an American colleague whom I had often seen in the company of another Soviet diplomat. Turned out his story was almost an exact copy of mine: lunches, dinners, ‘forgotten’ bills, a request to do something for them. I decided it was time for a counter-offensive!

Chapter II: counter-offensive 

The occasion presented itself during a reception at the Soviet mission to the UN on the day the USSR commemorated the 1917 October Revolution. I scanned their ranks for someone higher in the hierarchy than Mikhail. Perfect suit and shoes, but a wrong hairdo and glasses led me to someone who turned out to be the First Secretary of the Permanent Representation to the UN. These were the Gorbachev years, so we talked about ‘Glasnost’ and ‘Perestroika’. “We like it”, I said, “but the behavior of the ‘organs'(read: KGB/GRU) is still old-fashioned.” And I told him about my experiences with Mikhail Petrukhov, without mentioning his name.

The diplomat veined innocence. “There are no KGB people in Geneva”, he said. “That may be”, I replied’, “but several colleagues of mine have the same experience as me, and the ACANU (association of UN journalists in Geneva) is considering to file a formal complaint.” Now this was untrue. I had consulted the chairperson of ACANU, a seasoned British journalist. But he said this was standard behavior of the Soviets. In retrospect, I think the man had been around the block a few times too many…

A few days later Mikhail Petrukhov called me on my UN extension number, something he had rarely done before. Coffee? Sure. The man turned out to be in panic. “What on earth did you tell them?”, he asked.  It turned out that my remarks at the reception had led to a emergency meeting at the Soviet UN mission. Diplomats were told the ‘the UN journalists’ had complained about the behavior of ‘the organs’. Not true, but who was I to complain?

I told him how stupid he had been, what with the forgotten bill; the request to write something for him, and the attempt to give me an envelope in a packed restaurant. “You are a pretty stupid spy”, I told him.  “I wonder what to do with you. Shall we have you extradited?”, adding that I knew the Geneva head of police through a colleague of mine, and that extradition could easily be arranged.

And there I head him cornered, so to speak. For KGB operatives and their families, Geneva was one of the most wonderful postings in the world.  Mountains! Skiing! A huge lake! Affluent! Clean air!

Mikhail became as meek as a lamb. We continued to be in touch until I left Geneva in early 1990. Now and then he’d spoon-feed me nice scoops which invariably turned out to be true. He never asked me to do something for him, with one exception.

CHAPTER III: Amnesty International

My first job had been spokesman of the Dutch section of Amnesty International (AI), at the time the largest of the organization. Mikhail knew that. And since the official AI representative in Geneva was new and inexperienced, he approached me about an issue which, in his view, was highly delicate. The idea of opening an official Amnesty International office in Moscow. In those years, the idea alone was outright revolutionary. Amnesty had bombarded the Soviet authorities for decades with petitions for political prisoners, and now an office?

We held quite a few sessions in which he asked me anything you’d want to know about AI. Who were the members, where did the money come from, who decided which countries were ‘targeted’? “Why don’t you read a few AI leaflets”, I proposed. No, he had to hear it from me directly. More dinners come question time…

One day he told me that the International Secretariat had sent a letter to the Soviet government, proposing to send a delegation to Moscow to discuss the possible opening of the local AI office there. “Tell them it doesn’t work that way”, Mikhail told me. “First they’ll have to talk on neutral ground with Fyodor Burlatsky  (Gorbachev’s troubleshooter at the time, hdv)”.

So, I called Amnesty’s international secretariat in London and passed on the message to their legal adviser, the late Sir Nigel Rodley. A long silence on the other side of the line. “How on earth do you know about that letter, it is highly confidential”, Nigel said.  I explained that I was just acting as a messenger boy for someone I believed to be a KGB operative.

Later, I heard that AI’s secretary-general had indeed met with Burlatsky in Paris, and that after a while AI got its office in Moscow. After the dissolution of the Soviet Union I heard that the ‘Amnesty International’ issue had been hotly debated between the KGB (against) and the ministry of Foreign Affairs (in favor).

Chapter IV. Aftermath

In 1991, after the Soviet Union ceased to exist, Mikhail was recalled to Moscow. But there was a sequel to my contacts with him. I had in the meantime moved to Prague, but often visited Geneva to see old friends. Two days after my arrival in 1991 (may have been 1992) I received a phone call. The spokesman of the US Permanent Representation. He invited me for lunch. Over coffee he talked business. “You knew so many Soviet diplomats. Could you make a list for me about who you think worked for the KGB?”

Politely I declined the invitation, and explained the only thing that interested me was whether information diplomats provided too me was correct. Instantly, the smile disappeared from his pockmarked face. “You were in touch with the most important KGB operative here in Geneva!” That couldn’t have been the somewhat oafish Mikhail, I thought. It wasn’t. The Americans somehow knew (but that wasn’t rocket science) about my contacts with Anatoliy Shchekochikhin, the media spokesman of the Soviet delegation to the UN Conference on Disarmament. He never gave me false information, something I couldn’t say about his U.S. colleagues.  He was a ‘modern’ Russian who had never asked me anything odd, nor fed me false information. I must confess I did organize a private party for him once with two nice Swedish girls for him once, in a bungalow I had borrowed from a friend.  But rest assured. Nothing out of the ordinary happened.

I told my American interlocutor: ”If all Russian diplomats are like him, you needn’t worry”. But it was clear he didn’t appreciate my answer… Years later, in 2001, Anatoliy Shchekochikhin was one of 50 Russian spies extradited from the U.S., the largest Persona non grata action since the end of the Cold War. And thanks to Google, Mikhail turned up later as a diplomat in Finland.

*KGB operatives don’t show you their ‘membership card’. I deducted his true profession through his behavior.  I never found out what he did in terms of ‘spying’. Obviously intelligence services in Geneva tried to find out negotiating positions at the UN, WTO, START talks etc. . Mikhail did tell me once they would, at night, copy research papers at the World Health Organization (WHO) in order to save money for the Motherland.

** I once heard the estimated number of KGB/GRU operatives in Geneva was about 400.

*** One of the anecdotes I heard about after I had left Geneva was this: every diplomat who during the day had been in physical contact (read: shook hands) with a foreigner had to report in person that same day to the rezident (KGB boss) in the Permanent Representation. Shaking hands was of course a perfect method to pass a piece of paper or a microfiche. They didn’t trust each other very much…

**** Another anecdote concerns John Tower, a former Republican senator who was appointed as head of the US nuclear weapons negotiating team with the Soviets (START talks) in Geneva in 1985.  He was nominated to be the next US Secretary of Defense in 1989.

pickwick-barLo and behold, information popped up that Tower had been seriously compromised by a KGB ‘swallow’ (female operative) while in Geneva. The initial scene of the action: the Mr. Pickwick bar at 80 Rue de Lausanne. The bar was just around the corner from the building on Avenue de France where the US arms control people worked at the time.

I don’t know the details of the kompromat the KGB gathered on Tower. But it must have been pretty serious. I read that the FBI called in the CIA to investigate John Tower and some of his fellow START negotiators, and that the CIA produced a 120-page report on the matter. In a unprecedented move, the Senate rejected his nomination by  47–53 votes.

[The title of this story refers to a 1966 hit of the Dutch pop group The Hunters.]

This article in Dutch

Geplaatst in Intelligence, Russian Federation, Soviet Union, United Nations | Tags: , , , , , , , | 3 reacties