NATO Foreign Ministers’ statement on the INF Treaty

Issued by the NATO Foreign Ministers, Brussels, 4 December 2018

  1. The Intermediate-Range Nuclear Forces (INF) Treaty has been crucial in upholding NATO’s security for over 30 years.
  2. Allies have concluded that Russia has developed and fielded a missile system, the 9M729, which violates the INF Treaty and poses significant risks to Euro-Atlantic security. We strongly support the finding of the United States that Russia is in material breach of its obligations under the INF Treaty.
  3. For over five years, Allies and the United States in particular, have repeatedly raised their concerns with the Russian Federation, both bilaterally and multilaterally. As we stated in the Brussels Summit Declaration in July, Russia has responded to our concerns with denials and obfuscation. Russia only recently acknowledged the existence of the missile system, but without providing the necessary transparency or explanation.
  4. The United States has remained in full compliance with its obligations under the INF Treaty since it entered into force. Allies have emphasized that the situation whereby the United States and other parties fully abide by the Treaty and Russia does not, is not sustainable.
  5. Russia’s violation of the INF Treaty erodes the foundations of effective arms control and undermines Allied security. This is part of Russia’s broader pattern of behaviour that is intended to weaken the overall Euro-Atlantic security architecture.
  6. Allies are committed to preserving strategic stability and Euro-Atlantic security. NATO will continue to ensure the credibility and effectiveness of the Alliance’s overall deterrence and defence posture.
  7. We will continue to consult each other regularly with a view to ensuring our collective security. We will continue to keep the fielding of Russian intermediate-range missiles under close review.
  8. Allies are firmly committed to the preservation of effective international arms control, disarmament and non-proliferation. Therefore, we will continue to uphold, support, and further strengthen arms control, disarmament and non-proliferation, as a key element of Euro-Atlantic security, taking into account the prevailing security environment.
  9. We continue to aspire to a constructive relationship with Russia, when Russia’s actions make that possible. As most recently confirmed at the Brussels Summit, we remain open to dialogue with Russia, including in the NATO-Russia Council.
  10. We call on Russia to return urgently to full and verifiable compliance. It is now up to Russia to preserve the INF Treaty.
Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Kabinet: Rusland schendt INF-verdrag

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Binnenhof 4
Den Haag

Onze Referentie
DVB/NW-130/2018

Datum 27 november 2018

Betreft Nederlandse conclusie over de Russische schending van het INF-verdragHet INF-verdrag (Intermediate-Range Nuclear Forces) is meer dan dertig jaar zeer belangrijk geweest voor de stabiliteit en veiligheid van het Euro-Atlantische gebied. Dit verdrag, dat grondgelanceerde raketten en kruisvluchtwapens met een bereik tussen 500km en 5500km verbiedt, heeft geleid tot het verwijderen van een gehele klasse nucleaire en conventionele systemen, en vormde de opmaat naar verdere ontwapeningsmijlpalen direct na de Koude Oorlog. Nederland en de NAVO- bondgenoten onderschrijven daarom het belang van het behoud van dit belangrijke wapenbeheersingsverdrag. Echter, volledige naleving van het verdrag door beide partijen is essentieel voor haar geloofwaardigheid en voor onze veiligheid.

Inlichtingen bevestigen nu dat Rusland het INF-verdrag schendt: Nederland kan eigenstandig bevestigen dat Rusland een grondgelanceerd kruisvluchtwapen heeft ontwikkeld en op dit moment introduceert (de zogenaamde 9M729; door de NAVO ook wel als SSC-8 aangeduid) met een bereik van meer dan 500 km, hetgeen onder het INF-verdrag verboden is. Deze constatering zal de basis vormen voor verdere Nederlandse standpunten over dit onderwerp.

Gezien de mogelijk serieuze consequenties voor de militaire verhoudingen, strategische stabiliteit en daarmee de veiligheid in Europa, hebben de Verenigde Staten, Nederland en andere NAVO-bondgenoten er sinds 2013 (toen duidelijk werd dat Rusland dit wapen ontwikkelde) veelvoudig bij Rusland op aangedrongen om deze kwestie op een substantiële en transparante manier aan te pakken, en actief deel te nemen aan een technische en inhoudelijke dialoog met de Verenigde Staten. Deze oproep aan Rusland is overgebracht in zowel bilaterale en multilaterale contacten als in openbare NAVO-verklaringen.

Echter, Rusland is niet ingegaan op deze herhaalde oproepen. De Russische regering heeft zich niet bereid getoond de door de VS gevraagde transparantie te bieden over dit systeem, of een oprecht technisch of inhoudelijk overleg aan te gaan met de Verenigde Staten. Bovendien bleek de Russische uitleg inconsistent: tot 2017 ontkende de Russische regering tegen de VS het bestaan van dit kruisvluchtwapen nog volledig; vervolgens erkende de regering het bestaan maar beweerde het dat het wapen het INF-verdrag niet overtreedt. Ook stelde het Russische leiderschap al eerder dat het INF-verdrag niet langer in het belang van Rusland was*.

Nu de Russische schending van het INF-verdrag is bevestigd, kan deze niet onbeantwoord blijven. Nederland zal de nauwe consultaties en samenwerking met de Verenigde Staten en andere NAVO-bondgenoten voortzetten over de toekomst van nucleaire wapenbeheersing in het algemeen en het INF-verdrag in het bijzonder. Het is duidelijk dat het INF-verdrag zich nu in zeer woelige wateren bevindt en dat het Amerikaanse geduld opraakt. Echter, Nederland zal zich de komende tijd pro-actief blijven inspannen om dit belangrijke verdrag overeind te houden, ook conform de motie Voordewind (Kamerstuk 33 694, nr. 30). Daarvoor is Rusland aan zet.

De NAVO-bondgenoten moeten de Russische schending van het INF-verdrag veroordelen, en Rusland oproepen om zo spoedig mogelijk terug te keren naar een verifieerbare naleving van het verdrag.

Indien Rusland ondanks alles het INF-verdrag blijft ondermijnen, en de VS vervolgens uit dit Russische gedrag definitieve conclusies moet trekken, moeten Nederland en NAVO-bondgenoten zich beraden over vervolgstappen – zowel op militair gebied als op het vlak van wapenbeheersing. Het is voor Nederland overduidelijk dat de verantwoordelijkheid voor de dan ontstane situatie bij Rusland ligt

Dit laat onverlet dat Nederland het van groot belang acht dat de NAVO en Rusland in dialoog blijven, vooral om ongevallen, misverstanden en escalatie te vermijden en transparantie op militair gebied te bevorderen. Mede op aandringen van Nederland kwam de NAVO-Rusland Raad (NRR) op 30 oktober jl. bijeen op ambassadeursniveau. De zorgen over het INF-verdrag werden toen nogmaals overgebracht, hoewel dit niet tot een toenadering heeft geleid.

De onzekere toekomst van het INF-verdrag maakt ook de actieve Nederlandse inzet op het bredere vlak van nucleaire wapenbeheersing en ontwapening des te pertinenter. Daarbij is het uitgangspunt het versterken van het fundament van de internationale non-proliferatie- en ontwapeningsarchitectuur, het Non- Proliferatieverdrag, waarvan Nederland in 2020 de vicevoorzitter van de toetsingsconferentie is. Nederland werkt daarnaast aan twee nieuwe ontwapeningsinitiatieven, te weten het opzetten van een dialoog over het scheppen van de voorwaarden voor nucleaire ontwapening, en het verlagen van nucleaire risico’s, mede door het promoten van strategische dialogen tussen kernwapenbezitters over deze onderwerpen. Binnen bondgenootschappelijke verplichtingen zet Nederland zich actief in voor een kernwapenvrije wereld.

* President Poetin noemde het INF-verdrag bijvoorbeeld “achterhaald” tijdens de München Veiligheidsconferentie in 2007, en minister van Defensie Ivanov noemde het kort daarvoor “de grootste vergissing” die Rusland op militair gebied begaan heeft.


De Minister van Buitenlandse Zaken         De Minister van Defensie

Stef Blok                                                           Ank Bijleveld-Schouten

(Summary: in this letter to Parliament, the Dutch government says that, based on its own intelligence, Russia is violating the 1987 INF (Intermediate Nuclear Forces) Treaty. It says Russia is currently fielding the 9M729 (NATO designation SSC-8) cruise missile which has a range of more than 500 kilometers (the lower INF threshold), HdV.) 

Geplaatst in Intelligence, NAVO, Russian Federation, Uncategorized, Verenigde Staten, weapons of mass destruction | Tags: , , , , , , , , | Een reactie plaatsen

Verklaringen minister van Defensie, directeur MIVD en ambassadeur VK over een GROe (GRU)-operatie tegen de OPCW in Den Haag

Statements betreffende de verstoring van een cyberoperatie van de GRU door de MIVD op 4 oktober in Den Haag

Let op: Alleen gesproken woord geldt!

Ladies and gentlemen of the national and international media: W elcome.

Welcome also to the United Kingdom‘s ambassador Peter Wilson, who joins us today in connection with the joint nature of the intelligence operation we are about to share with you.

His presence is also an expression of the joint efforts of our two countries and other international partners to address the threats I will now inform you about.

We have invited you here today to describe how the Netherlands Defence Intelligence and Security Service, or DISS, disrupted a cyber operation conducted by the Russian military intelligence service – GRU – in the Netherlands.

On the 13th of April this year, DISS carried out an operation to disrupt a GRU operation targeting the Organisation for the Prohibition of Chemical Weapons – the OPCW – in The Hague.

General Eichelsheim will explain further details of the operation in a few moments. Please allow me to continue in Dutch…

Het Nederlandse kabinet vindt het zeer zorgelijk dat de OPCW doelwit is van ondermijning door de Russische militaire inlichtingendienst. Als gastland heeft Nederland de taak om organisaties als de OPCW – van fundamenteel belang voor de internationale rechtsorde – te beschermen. Die bescherming hebben we dan ook geboden. De MIVD heeft de cyberoperatie verstoord en de vier betrokken Russische inlichtingenofficieren zijn nog dezelfde dag het land uit begeleid.

Hierdoor is voorkomen dat de systemen van de OPCW zijn gehackt. Ik ben trots op de MIVD voor hun werk.

Ik wil benadrukken dat samenwerking bij dit succes een grote rol heeft gespeeld.

Samenwerking in Nederland…maar zeker ook samenwerking met onze internationale inlichtingenpartners…goede internationale samenwerking is cruciaal bij het aanpakken van dreigingen als de GRU.

Het laat ook zien hoe belangrijk het is dat we nu en in de toekomst blijven investeren in de internationale samenwerking op het gebied van inlichtingen.

Dames en heren,
Sinds de verstoring in april heeft Nederland het inlichtingenonderzoek voortgezet.

Dit nadere onderzoek heeft uitgewezen dat de laptop van één van de vier Russische inlichtingenofficieren eerder ook verbindingen heeft gemaakt in Brazilië, Zwitserland en Maleisië. Zowel generaal Eichelsheim als ambassadeur Wilson zullen hier in hun presentaties verder op in gaan.

De activiteit van de GRU in Maleisië was gericht op het MH17-onderzoek. Dit is voor Nederland uiteraard een heel gevoelige kwestie. Laat ik daarom herhalen wat de Nederlandse autoriteiten eerder hebben gezegd: álle organisaties die betrokken zijn bij het MH17-onderzoek zijn zich al langer bewust van de interesse van Russische inlichtingendiensten in dit onderzoek en hebben gepaste maatregelen genomen.

Wij zijn en blijven zeer alert op dergelijke dreigingen.

Dames en heren,

Wij maken deze GRU-cyberoperatie vandaag openbaar samen met onze Britse partners. Maar ook samen met het Amerikaanse Department of Justice.

In augustus heeft de Amerikaanse justitie in het kader van een strafrechtelijk onderzoek naar Russische cyberoperaties een rechtshulpverzoek ingediend bij het Nederlandse Openbaar Ministerie. Het OM heeft informatie aan de VS verstrekt, gebaseerd op een ambtsbericht van de MIVD. In dit ambtsbericht hebben we klip en klaar de vier mannen benoemd en uitgebreid hun acties beschreven.

Het Amerikaanse Department of Justice zal de aanklacht vanmiddag openbaar maken en op een persconferentie verdere details verstrekken. Dit betekent dat de details van de verstoring in de openbaarheid komen. Dat verklaart ook waarom we nu in de openbaarheid treden.

Ik ben me ervan bewust dat het onthullen van deze cyberoperatie door de GRU een buitengewone stap is voor Nederland. Dat geldt ook voor het verstrekken van details over een Nederlandse contra-inlichtingenoperatie. Wij doen dat normaal niet.

Toch heeft de Nederlandse regering, samen met internationale partners, besloten deze stap te zetten. Wij geven hiermee een duidelijke boodschap af: dat de Russische militaire inlichtingendienst moet stoppen met deze ondermijnende cyberoperaties.

Met het onthullen van de werkwijze van de GRU maken we het de GRU moeilijker en vergroten we tegelijkertijd onze eigen weerbaarheid.

Dat is de reden dat wij vandaag de buitengewone stap nemen om deze Russische inlichtingenofficieren publiekelijk te identificeren. U gaat dat zo zien.

Ik nodig nu generaal Eichelsheim, de directeur van de MIVD, uit om u te voorzien van de details van de verstoring van de cyber operatie van de GRU in Den Haag.

Generaal…

Presentatie generaal Eichelsheim*

Dank u, excellentie, Dames en heren,

Zoals zojuist uiteengezet door de minister heeft mijn dienst op 13 april om kwart voor vijf in de middag een operatie verstoord van een team van de GRU in Den Haag naast het gebouw van de OPCW.

De GRU-operatie was erop gericht om van korte afstand het WiFi-netwerk van de OPCW te hacken en te infecteren. Een zogenaamde ‘close access hack operatie’.

Ik wil u stapsgewijs meenemen door onze bevindingen.
Deze bevindingen zijn gebaseerd op onze contra-inlichtingenoperatie maar ook op de gegevens en de apparatuur die zijn achtergelaten door de GRU-officieren.

  1. Op 10 april reisden vier Russische personen op een diplomatiek paspoort van Moskou naar Amsterdam Schiphol. Gedurende deze week heeft de MIVD deze personen geïdentificeerd als inlichtingenofficieren van de Russische militaire inlichtingendienst GRU
  2. Op Schiphol werden de Russische inlichtingenofficieren begeleid door een assistent van de Russische ambassade, zoals u hier op deze foto kunt zien.
  3. Alle vier de inlichtingenofficieren waren in bezit van een diplomatiek paspoort .
    Het betreft:
  4. Aleksei MORENETS
  5. Evgenii SEREBRIAKOV.
    a. Merk hierbij op dat hun paspoorten maar twee cijfers van elkaar verschillen
  6. Oleg SOTNIKOV
  7. Aleksey MININ
  8. Zij huurden een Citroen C3 vanaf woensdag 11 April tot maandag 16 April
  9. De huurovereenkomst laat duidelijk zien dat zowel SOTNIKOV als MININ als chauffeur geregistreerd waren voor dit voertuig.
  10. Op woensdag 11 april kreeg de MIVD door regulier contra-inlichtingenwerk – waarmee we voortdurend zicht willen houden op de activiteiten van statelijke actoren – deze vier GRU inlichtingenofficieren in het vizier.
  11. Mede op basis van inlichtingen van een partnerdienst werd duidelijk dat zij bezig waren met verkenningen voor een close-acces-hack operatie. De techniek die zij daarvoor konden inzetten werd ook duidelijk.
  12. In de dagen 11 en 12 april werd duidelijk dat zij hun focus richten op de OPCW.
  13. Beelden van de camera van Minin bevestigen dit ook.
  14. Op vrijdag 13 april stond de gehuurde Citroen C3 met kenteken PF-934-R geparkeerd op de parkeerplaats van het Marriott Hotel in Den Haag. Dit parkeerterrein grenst direct aan het hoofdkantoor van de OPCW.
  15. De achterkant van het voertuig was gericht op het OPCW gebouw.
  16. In de kofferbak van deze huurauto zat specialistische apparatuur, bedoeld om via WiFi-verbindingen het OPCW netwerk te hacken, gebruikers te identificeren en hun inloggegevens te onderscheppen.
  17. De antenne van deze opstelling was bedekt met een jas en gericht op het OPCW hoofdkwartier
  18. De benodigde acculader hebben de Russen hier in Den Haag gekocht.De opstelling was actief vrijdagmiddag.

Er was dus sprake van een directe dreiging tegen de digitale communicatienetwerken van de OPCW. Onze taak als inlichtingendienst is voorkomen dat dergelijke cyberoperaties slagen. We hebben daarom de GRU-operatie verstoord. De vier heren zijn het land uit begeleid. Hierdoor hebben we de OPCW beschermd en ernstige schade voorkomen.

Dames en heren,

Wat weten we nog meer over deze vier GRU-inlichtingenofficieren?

We hebben vastgesteld dat:

  1. zij operationele inlichtingentechnieken toepasten, zoals het gebruiken van een grote hoeveelheid verschillende telefoons en andere devices.
  2. zij probeerden surveillance te voorkomen en hun apparatuur onbruikbaar probeerden te maken nadat wij ze verstoord hadden
  3. zij een groot veiligheidsbewustzijn hadden en bijvoorbeeld hun afval meenamen van hun hotelkamer om dit elders weg te gooien.
  4. ze een ongebruikelijk grote hoeveelheid cash geld bij zich hadden.
  5. op één van hun laptops zoekslagen waren uitgevoerd naar de OPCW en de locatie van de OPCW
  6. naast de specialistische apparatuur die in de huurauto was opgesteld droeg SEREBRIAKOV in zijn rugtas accessoires die aan de WiFi hackingopstelling kon worden toegevoegd en gebruikt kon worden om netwerken binnen te dringen, zoals een wifi pineapple, signaalversterkers en diverse antennes.
  7. logging van sommige van hun telefoons liet zien dat deze voor het eerst geactiveerd zijn via een telefoonmast in Moskou op 9 april.
  8. Dit bleek de dichtstbijzijnde telefoonmast bij een bekende GRU-kazerne te zijn, namelijk op Komsomolsky Prospekt 20. Op dit adres is het 85th Main Special Service Center gevestigd, met militair veldpostnummer 26165.
  9. Eén van de Russische inlichtingenofficieren, Aleksei MORENETS, had een taxibonnetje bij zich voor een rit naar het vliegveld voor zijn vlucht naar Amsterdam op dinsdagochtend 10 april. Dit bonnetje laat zien dat hij is opgepikt van een straat genaamd Nesvizhskiy pereulok.
  10. Aan de straat Nesvizhskiy pereulok zit een een achteruitgang van de eerder genoemde GRU-kazerne op Komsomolsky Prospekt 20. Het genoemde 85e Main Special Service Center van de GRU is dezelfde eenheid die recent is aangeklaagd in de Verenigde Staten voor zijn betrokkenheid bij het hacken van de Democratische Partij in 2016. Dit is dezelfde GRU-eenheid die verantwoordelijk is voor de digitale spionagecampagne die bekend staat als APT28 of Fancy Bear, aan wie onze Britse collega’s vanochtend een aantal cyberoperaties hebben toegerekend.De laptop van SEREBRIAKOV wijst ook op andere cyber operaties door deze GRU-eenheid.

29. De laptop van SEREBRIAKOV bevatte bijvoorbeeld een foto van SEREBRIAKOV met een Russische atlete die genomen is in Brazilië ten tijde van de Olympische Spelen in augustus 2016.
30. Ook laat de logging van SEREBRIAKOV’s laptop zien dat SEREBRIAKOV aanwezig was in Lausanne, Zwitserland in September 2016.

Daarnaast laat de logging ook zien dat SEREBRIAKOV in december 2017 aanwezig was in het district van Kuala Lumpur waar veel overheidsorganisaties gevestigd zijn die te maken hebben met het MH17-onderzoek. Sir Alan Duncan zal hier zo dadelijk meer over vertellen.

31. Verder heeft het nadere inlichtingenonderzoek uitgewezen dat de GRU-inlichtingenofficieren van plan waren om van Den Haag naar Zwitserland door te reizen, om daar een andere cyberoperatie uit te voeren. De laptop van SEREBRIAKOV bevatte online zoekslagen naar het door de OPCW- geaccrediteerde Zwitserse laboratorium in Spiez, dat onderzoek doet naar chemische strijdmiddelen.

32. De inlichtingenofficieren hadden ook geprinte afbeeldingen bij zich van Russische diplomatieke faciliteiten in Genève en Bern.

33. Tot slot hebben de inlichtingenofficieren treintickets gekocht voor een reis naar Zwitserland op dinsdag 17 april.

Dames en heren,

Digitale manipulatie en sabotage vormen een serieuze dreiging. Deze dreiging speelt zich niet alleen ver van ons bed af. De GRU is ook hier in Nederland, met al zijn internationale organisaties, actief. Het is belangrijk dat we deze dreiging blijven bestrijden. Dat kan alleen in nauwe samenwerking met onze inlichtingenpartners, zowel nationaal als internationaal. Het grote belang van die samenwerking is vandaag opnieuw aangetoond.
En ik ben echt super trots op mijn mensen die deze contra-inlichtingenoperatie mogelijk hebben gemaakt.

Dan geef ik nu graag het woord aan ambassadeur Peter Wilson.

(* Bijbehorende Powerpoint-presentatie van generaal Eichesheim met de in deze presentatie genoemde afbeeldingen: https://www.defensie.nl/onderwerpen/cyber-security/russische-cyberoperatie)


Statement ambassadeur Peter Wilson

I’d like to thank my Dutch colleagues and to make a few remarks. The United Kingdom and the Netherlands are close security partners, and our presence together today in The Hague underlines that.

The disruption

The disruption of this attempted attack on the Organisation for the Prohibition of Chemical Weapons (OPCW) was down to the expertise and professionalism of the Dutch security services, in partnership with the UK. The OPCW is a respected international organisation, which is working to rid the world of chemical weapons. Hostile action against it demonstrates complete disregard for its vital mission.

This disruption happened in April. Around that time, the OPCW was working to independently verify the UK’s analysis of the chemical used in the poisoning of the Skripals in Salisbury. As we know, the OPCW confirmed the UK’s analysis that a Novichok nerve agent was used in the Salisbury attack – which we now know for certain was carried out by serving GRU officers.

The OPCW was also due to conduct analysis of the chemical weapons attack in Douma on 7 April. This operation in The Hague by the GRU was not an isolated act. The Unit involved, known in the Russian military as Unit 26165, has sent officers around the world to conduct brazen close access cyber operations.

One of the GRU officers who was escorted out of the country by our Dutch colleagues, Yevgeniy Serebriakov, also conducted malign activity in Malaysia. This GRU operation there was trying to collect information about the MH17 investigation, and it targeted Malaysian government institutions including the Attorney General’s office and the Royal Malaysian Police.

As the General has just mentioned, we also know that the GRU officers who were stopped in The Hague planned to travel on to the OPCW designated laboratory in Spiez. This wouldn’t have been the first time they’d travelled to Switzerland. Intelligence collected from a laptop that belonged to one of the GRU officers disrupted in The Hague shows that it had connected to WiFi at the Alpha Palmiers Hotel in Lausanne in September 2016 – where a WADA conference was taking place.

That conference was attended by officials from the International Olympic Committee and the Canadian Center for Ethics in Sport. They found themselves the victims of a cyber attack. One official from the Canadian Center had their laptop compromised by ‘APT28’ malware; this was probably deployed by an actor connected to the same hotel WIFI network. Immediately after this laptop was compromised, the Center’s computer systems were infected more broadly by APT28 malware. Subsequently, APT28 actors also compromised the IP addresses of the International Olympic Committee.

APT28, Sandworm and Salisbury

Earlier today the British Government has publicly revealed that APT 28 and a number of other cyber actors, widely known to have been conducting cyber attacks around the world, are in fact the GRU.

The UK National Cyber Security Centre has made this assessment because of compelling technical evidence that links these actors’ operations to known GRU technical infrastructure. This leads them to assess that the GRU was almost certainly responsible for these actors’ attacks.

I want to make it completely clear: the officers disrupted in The Hague are part of the same Unit of the GRU – 26165 – which is responsible for APT28. Another of the cyber actors identified as the GRU was Sandworm, which was active in the wake of the Salisbury attack. I can reveal that they were behind the following attempted intrusions:

  • in March, straight after the Salisbury attack, the GRU attempted to compromise UK Foreign and Commonwealth Office computer systems via a spear phishing attack
  • in April, GRU intrusions targeted both the computers of the UK Defence and Science Technology Laboratory, as well as the Organisation for the Prohibition of Chemical Weapons
  • in May, GRU hackers sent spear phishing emails which impersonated Swiss federal authorities to target OPCW employees directly, and thus OPCWcomputer systems.

These cyber-attacks were carried out remotely – by GRU teams based within Russia.

Pattern of behaviour: the GRU

Alongside our allies, the United Kingdom is committed to confronting, exposing and disrupting the GRU’s activity. Their pattern of behaviour is exemplified by the reckless attempted operation against the OPCW’s headquarters here in The Hague, which was brilliantly disrupted by the Dutch security services. But its wider implications bear repeating.

As our attributions today have made clear, the GRU has interfered in free elections and pursued a hostile campaign of cyber-attacks against state and civilian targets.

Conclusion

The GRU is an aggressive, well-funded, official body of the Russian State. It can no longer be allowed to act aggressively across the world, and against vital international organisations, with apparent impunity.

I should repeat that this is a real and multi-faceted threat, conducted by both remote and proximate means. GRU officers do not just attempt to compromise our computer systems from their barracks in Moscow. As we have shown today:

  • they have operated on the streets of the Netherlands to target the OPCW
  • they travelled across the world under diplomatic cover to target the MH17 investigation in Malaysia and a WADA conference in Switzerland
  • and they operated in a quiet British city to apply a banned nerve agent to a door handle

With its aggressive cyber campaigns, we see the GRU trying to clean up Russia’s own mess – be it the doping uncovered by WADA or the nerve agent identified by the OPCW.

Our world-leading intelligence partnership and outstanding professionalism from the Dutch, British and allied security and intelligence communities have allowed us to disrupt and expose them.

On the basis of what we have learnt in the Salisbury investigation – and what we know about this organisation more broadly – we are now stepping up our collective efforts against malign activity, and specifically against the GRU.

We will increase further our understanding of what the GRU is doing, and attempting to do, in our countries. We will shine a light on their activities. We will expose their methods and we will share this with our allies. This includes strengthening international organisations, and working to protect other potential targets from further harm.

Through our institutions, including the EU, we will work with allies to update sanctions regimes to deter and respond to the use of chemical weapons, we will combat hostile activity in cyberspace, and we will punish human rights abuse.

The GRU can only succeed in the shadows. We all agree that where we see their malign activity, we must expose it together. And we will.

(Source: https://www.gov.uk/government/speeches/minister-for-europe-statement-attempted-hacking-of-the-opcw-by-russian-military-intelligence

Conclusie minister van Defensie

Thank you ambassador Wilson,

Dames en heren,

Een team van vier Russische militaire inlichtingen officieren heeft afgelopen april het OPCW in Den Haag als doelwit gekozen voor een cyber operatie.

Het Amerikaanse ministerie van Justitie maakt vanmiddag een aanklacht openbaar tegen diverse Russische inlichtingenofficieren.

De Nederlandse regering vindt het zeer zorgelijk dat de OPCW, een internationale organisatie, doelwit was van deze cyberoperatie door de GRU. Het OPCW is gevestigd op Nederlands grondgebied.

Als gastland hebben wij een speciale verantwoordelijkheid om internationale organisaties vrij en veilig hun werk te kunnen laten doen. Die verantwoordelijkheid hebben we genomen. We hebben de cyber operatie verstoord voordat de GRU grote schade kon toebrengen.

Vandaag zet Nederland samen met internationale partners de schijnwerper op deze ondermijnende cyberoperaties van de GRU.

Door hiermee naar buiten te treden geeft Nederland een duidelijk signaal af: Rusland moet hiermee ophouden.

De Russische ambassadeur is zojuist ontboden bij het ministerie van Buitenlandse Zaken om hem deze boodschap over te brengen.

Vandaag worden onze internationale partners in de EU en NAVO en daarbuiten geïnformeerd over deze onacceptabele actie.

Met deze partners werken we samen om cyberdreigingen als deze een halt toe te roepen.

++++++++++++++++++++++

Meer informatie: https://www.defensie.nl/onderwerpen/cyber-security/russische-cyberoperatiehttps://www.defensie.nl/actueel/nieuws/2018/10/04/mivd-verstoort-russische-cyberoperatie-bij-de-organisatie-voor-het-verbod-op-chemische-wapens

+++++++++++++++++++++++

U.S. Department of Justice: U.S. Charges Russian GRU Officers with International Hacking and Related Influence and Disinformation Operations

+++++++++++++++++++++++

Geplaatst in Chemical weapons, Intelligence, Rusland, Russian Federation | Tags: , , , , , , | Een reactie plaatsen

Rapport over de dood van cameraman Stan Storimans in Georgië, 12 augustus 2008

[In 2008 publiceerde het ministerie van Buitenlandse Zaken een onderzoeksrapport naar de dood van RTL-camerman Stan Storimans in Georgië eerder dat jaar. Onderstaand de originele Engelstalige tekst*. Vreemd genoeg is deze niet meer te vinden op de website van Buitenlandse Zaken, noch die van de Tweede Kamer. Ik vind het via de ‘Wayback Machine‘, hdv]

Report of the Storimans investigative mission

The Hague

20 October 2008

Contents                                                                     Page

Introduction                                                                 3

General

Assignment

Activities

Events leading up top the incident                         4

General situation in Gori on 11/12 August 2008

RTL team visit to Gori on 12 Augustus 2008

Reconstruction of events                                            5

Conclusions                                                                     7

Introduction

General

There was great uncertainty regarding the circumstances surrounding the death of RTL cameraman Stan Storimans  in the Georgian city of Gori on 12 August 2008. Requests to both the Georgian and Russian authorities for information that might clarify the situation failed to yield useful information.

Assignment

On 25 August 2008 the Minister of Foreign Affairs appointed a mission to gather factual information that could clarify the circumstances in which Mr Storimans died in the city of Gori on 12 August 2008. The mission was headed by former ambassador Mr A.P.R. Jacobovits de Szeged and former commander of the Royal Military and Border Police Lt. Gen. (Retd.) M.A. Beuving.

Activities

The mission conducted its investigation in Georgia from 29 August to 3 September 2008. The investigation included interviews with witnesses and with national and international authorities and organisations.

During a visit to Gori, local residents were interviewed, some of whom had been present during the incident. The damage that had been caused was also examined. A great deal of direct evidence had already been cleared away or moved in the period of nearly three weeks since the incident, but some materiel was secured nonetheless. The mission received a large quantity of indirect evidence, in the form of pho§to and video material, from journalists, security cameras and the Georgian authorities. The mission spoke to the Russian ambassador in Georgia and asked him to contact the Russian authorities responsible for operations around Gori on 12 August 2008. The mission was referred to the authorities in Moscow.

After returning to the Netherlands, the material was analysed with the assistance of the Ministry of Defence and the Netherlands Forensic Institute (NFI).

On 17 October 2008 the mission met with representatives of the Russian Ministry of Foreign Affairs and Ministry of Defence in Moscow and shared its findings with them. The Russian interlocutors did not respond to the findings in detail. They said that Russia did not have any information on the event and that they would thoroughly study the mission’s findings. They also expressed the hope that this issue would not adversely affect bilateral relations.

Events leading up to the incident

General situation in Gori on 11/12 August 2008

In the face of the Russian advance, all Georgian units hastily retreated. In the days leading up to 12 August, military targets in Gori were bombarded, during which blocks of flats next to a barracks complex were also hit. This resulted in several dozen casualties and fatalities. By 12 August, military and police units had abandoned Gori. Much of the population had also fled. A few elderly residents and some men who wanted to protect their shops and homes remained.

RTL team visits Gori on 12 August 2008

On 11 August, the RTL team, consisting of Mr Akkermans and Mr Storimans, was in Tbilisi. While there, they heard Gori and been deserted. They decided to visit Gori next day, and arranged for a taxi driver to take them there. The next morning they were joined by an Israeli journalist. The taxi containing Mr Akkermans, Mr Storimans and the Israeli journalist arrived in Gori at approximately 10:00 on 12 August. During their journey they had seen the bombardment of the hills around Gori but given the distance involved considered that this presented no danger. They examined several location in Gori, such as the the flats that had been hit, and also visited the hospital. At approximately 10:30 they stopped at the northeastern corner of the central square in Gori. Shortly before, two cars had collided on the deserted square a short distance away. The taxi drive, Mr Akkermans and the Israeli journalist stayed close to the taxi, where several other journalists had also gathered. Mr Storimans walked onto the square to shoot some footage, including the statue of Lenin. Mr Storimans was walking back to the taxi and had almost reached it when explosions occurred.

During the explosions, at least five people, including Mr Storimans, suffered fatal injuries. Several others were also injured; the Israeli journalist was seriously wounded, while Mr Akkermans and the taxi driver received minor injuries to their legs. Many buildings in the direct vicinity were hit and many windows were shattered. The buildings did not sustain any structural damage.  Two small craters were evident in the square immediately after the explosion, together with the remains of a then-unidentified missile. The taxi was also hit.

Reconstruction of events

The mission reconstructed the events on the basis of the material gathered. The main sources are as follows.

  • On-site investigation

During the on-site investigation, the mission was able to establish that the entire square and several nearby streets had been hit in the same manner. An area of around 300 by 500 meters was struck by small metal bullets measuring around 5 mm. It was deduced from the entry holes that the bullets were from multiple explosions, with on the ground and in the air. Bullets were removed from the walls and taken away for analysis. Photos were taken of various small craters, both on the square and in the nearby streets.

  • Analysis of photo and video material  

A large quantity of photo and video material from a variety of sources was made available to the mission. The main findings of the analysis are:

-Reuters captured the explosions on video, both from a distance and from inside the square itself. The explosions were also recorded by security cameras at two banks at the southern end of he square. Analysis of this material shows that the square and surrounding are were hit by about 20 explosions at around 10:45, and that each explosion scattered a large number of bullets. The explosions can be seen to occur with in the air and on the ground.

-Video material from various sources show that after the explosions on the Western side of the square, the head of a missile descended. The missile was photographed in detail by the Georgian authorities and simultaneously by teams from CNN and Sky News. Serial numbers can be seen on the underside of the missile head.

-Other photo material shows the carrier part of a rocket, which landed between blocks of flats in the direct vicinity of the square. Photos are also available from the Georgian authorities and from the NGO HALO Trust, which show that part of a rocket engine fell through a roof into a bedroom a few hundred meters from the square.

  • Analysis of other material

The 5 mm bullets, which the mission found in the walls in Gori, which mr Akkermans retrieved from the taxi, and one of which was found in Mr Storimans’ body during the autopsy, were further analysed by the NFI and proved to be identical both optically and in terms of composition. The autopsy revealed that the bullet had fatally damaged Mr Storimans’ heart and lungs.

The explosions are consistent with submunitions from a cluster weapon exploding on the ground and in the air. The submunitions scattered large number of small bullets designed to eliminate military personnel.

Weapons of this kind are typically deployed in locations where large numbers of unprotected troops are concentrated, such as rear areas or barracks. Structural damage to matériel does not occur.

Cluster weapons can be conveyed to the target in various ways – by rocket, aircraft or artillery grenade.

Based on the available footage, it was established that the rocket remains found in and around the square were from a SS-26 rocket. This is confirmed both by visual characteristics and by the serial numbers found on the fragments and visible in the photos.

The SS-26 is a modern tactical ballistic rocket which is inly found in the weaponry of the Russian Federation. These rockets are able to hit a specified target over a distance of hundreds of kilometers to within an accuracy of about ten meters.

Conclusions

Based on its investigation, the mission draws the following conclusions:

  • Stan Storimans died at approximately 10:45 on 12 August 2008 due to fatal injuries caused by a single 5 mm bullet from an anti-personnel submunition released by a cluster weapon.
  • The area around the square in Gori, measuring about 300 by 500 meters, was hit by a cluster weapon comprising about 20 exploding submunitions, which scattered large numbers of small bullets. Mr Storimans and at least four other people were fatally wounded. Several other people suffered serious or minor bullet wounds.
  • The cluster weapon must have been propelled by tactical ballistic rocket of type SS-26 from the Russian Federation.

The mission has established that these were the circumstances in which Mr Storimans died.

[source

 

Statement by the Permanent Representative of the Kingdom of the Netherlands to the OSCE regarding the death of Dutch cameraman Stan Storimans on 12 August 2008

Geplaatst in Rusland, Russian Federation, Uncategorized | Tags: , , , , , , , , , | Een reactie plaatsen

Eerste Nederlandstalige artikelen over ‘novitsjok’

Eerste artikelen over ‘Novitsjok’ in de Nederlandse kranten. Gevonden op http://www.delpher.nl.

Rus: wapenakkoord misbruikt

Door Hans Geleijnse, correspondent in Moskou

Dr. Vil Mirzajanov schudt vertwijfeld het hoofd. Hij kan er absoluut niet bij dat het Westen vertrouwen schenkt aan de Russische handtekening onder de VN-Conventie op het Verbod van Chemische Wapens, die vorige maand in Parijs werd ondertekend. „De Conventie zal door onze generaals worden misbruikt om oude wapens op te ruimen en intussen door te gaan met de ontwikkeling van nieuwe”, weet Mirzajanov zeker.

Het wantrouwen van de scheikundige is gebaseerd op een kwart eeuw arbeid in het hart van chemische-wapencomplex van de Sovjet-Unie, dat nu onder Russische vlag opereert. Mirzajanov heeft geen vertrouwen in de effectiviteit van het nieuwe, in Den Haag te vestigen, VN-agentschap dat naleving van de conventie moet controleren met inspecties ter plekke. „Wie de formule voor onze nieuwe wapens niet kent, weet ook niet waar hij moet zoeken. Er is geen enkele garantie tegen schending van het verdrag”, zegt hij. Mirzajanov kreeg vorig iaar september genoeg van de sfeer van ‘leugens en bedrog’ waarin hij moest werken. Hij plaatste zn eigen ‘bom’, kreeg het aan de stok met de KGB en is nu zn baan kwijt, in afwachting van een proces. Mirzaianovs explosief bestond uit onthullende artikelen en interviews, de meeste samen met collega Lev Fjodorov.

Leninprijs

Tot voor kort dacht hij dat Jeltsin niet volledig was geïnformeerd over de ontwikkelingen in de chemische sector. Nu zoekt hij de fout bij de Russische president zelf. „Hij heeft zich omringd met lieden als Koentsjevitsj. Mensen die eerst de chemische wapens ontwikkelden, daarvoor van Gorbatsjov de Lenin-prijs in ontvangst mochten nemen en nu diezelfde wapens zouden moeten vernietigen. Dat komt neer op opdracht geven aan de wolf om het konijn van griep te genezen”. De vraag waarom het Westen niet op Mirzajanovs onthullingen reageert, kan in Moskou in elk geval niet worden beantwoord. De Amerikaanse ambassade reageert op de bekende Sovjet^wijze: veel beloften om terug te bellen, maar er gebeurt niets, of de betrokken functionaris is afwezig. Mirzajanov wil best toegeven dat de grens tussen ‘gewoon’ chemisch onderzoek, bijvoorbeeld naar nieuwe pesticiden of kunstmest, en wapenresearch een zeer vage is. Hij sluit niet uit, dat het Westen evenmin brandschoon is. „Misschien protesteert Amerika daarom wel niet tegen zo ’n man als Koentsjevitsj. Misschien hebben beide kanten wel belang bij opruiming van milieugevaarlijke ineffectieve wapens en ontwikkeling van een nieuwe generatie. Per slot van rekening is het chemische wapen aanzienlijk goedkoper te produceren dan een nucleair of hitech conventioneel oorlogstuig”, zegt hij.

Gespleten tong

Volgens de beide wetenschappers praat Rusland aan de onderhandelingstafel met gespleten tong. Met Amerika werd in 1990 een verdrag tot vernietiging van chemische wapens afgesloten. Maar in 1992 werd rustig doorgewerkt aan ontwikkeling, test en produktie op kleine schaal van een supergevaarlijk nieuw chemisch wapen. Sterker nog: Mirzajanov weet ook zeker dat de chef van het chemische wapenprogramma, generaal Anatoli ïtoentsjevitsj, 25 miljoen dollar die de Amerikanen beschikbaar stelden voor vernietiging van chemische wapens, in de ontwikkeling van nieuwe stopt.

Mirzajanov, die in 1990 uit de Communistische Partij stapte, werkte in het Onderzoeksinstituut voor Organische Chemie en Technologie, gevestigd aan de Boulevard der Enthousiasten in Moskou. De laatste vijf jaar was hij directeur van de afdeling Maatregelen tegen Buitenlandse Inlichtingendiensten. Mirzajanov weet dus van de hoed en de rand als het gaat om afschermen van geheimen. Zn werk bracht hem, zegt hij, in zowat alle laboratoria, produktieplaatsen en testgebieden voor chemische wapens in het voormalige Sovjetrijk. Des te meer stoort het hem, dat het Westen, en vooral Amerika, niet heeft gereageerd op zijn onthullingen, terwijl de KGB hem nota bene arresteerde.

Binair

Maar nóg bezorgder is Mirzajanov over de verdere ontwikkeling van een nieuw, binair wapen. Binaire wapens bestaan uit twee chemische componenten die, met elkaar in aanraking gebracht, een uiterst effectief gifgas produceren. Volgens Mirzajanov is het wapen ontwikkeld in net chemische complex van de Wolga-plaats Tsjeboksarks, heeft het de codenaam Novitsjok (Nieuweling) en is het vele malen effectiever dan de Amerikaanse variant VX.

Volgens Mirzajanov is het tamelijk eenvoudig om de ontwikkeling en produktie van binaire wapens geheim te houden, omdat de chemische componenten afzonderlijk niet als potentieel wapen worden herkend. Ontdekking zou alleen mogelijk zijn, als de formule bekend is. Mirzajanov zegt die formule te kennen, maar wil hem niet onthullen.

Mirzajanov is gefrustreerd dat de onthullingen van Vladimir Pasetsjnik, een bioloog die in 1989 naar net Westen overliep, wel effect sorteerden. Pasetsjnik lichtte Amerika en Groot-Brittannië in over een omvangrijk programma voor de ontwikkeling van biologische wapens, dat onder de dekmantel van een onschuldig ogende firma, Biopreparat, werd gefinancierd. Niettemin had Moskou in 1975 een verdrag getekend dat biologische wapens geheel en al uitbande. BBC en Newsweek publiceerden recentelijk over de gevolgen: Boris Jeltsin moest na westerse aandrang zijn militairen tot de orde roepen. Hij vaardigde een speciaal decreet uit, dat het einde van Biopreparat tot gevolg zou moeten nebben. Mirzajanov: „En nog kunnen we er niet zeker van zijn dat dit programma ook werkelijk is gestopt”.

‘Veel meer’

„Ik heb gezegd dat in onze arsenalen veel meer chemische wapens liggen dan de 40.000 ton die we officieel hebben opgegeven. Waarom is eerst niet een grondige inventarisatie gevraagd voordat de Conventie werd ondertekend? Hoe kun je controleren of alles wordt vernietigd als ie niet eens op de hoogte bent van ac echte omvang? De papieren ziin gewoon vervalst, er staat 40.000 ton, in werkelijkheid is het 70.000 ton en misschien wel meer”, zegt Mirzajanov geëmotioneerd. Mirzajanov zegt dat het om veelal verouderde wapens gaat, vooral mosterd-,en zenuwgas. De produktie is al in de jaren twintig gestart en er is een continue stroom van duizenden tonnen per jaar, zegt hij. „Vaak weet het Westen dankzij spionagesatellieten beter waar de opslagplaatsen zijn dan onze eigen bevolking. Veel van die wapens zijn gewoon gedumpt, met alle risico’s voor het milieu”.

Langs de ‘rivier van de chemische dood’, de Wolga, van het zuidelijke Wolgograd tot het noordelijke Tsjeboksarsk, wemelt het van de chemische complexen. Sommige, zoals in Tsjapajevsk, zijn omgebouwd tot vernietigingsplaats. Maar volgens Mirzajanov is het maar goed dat de lokale bevolking daar in opstand is gekomen. Nog beter is net, dat het parlement twee weken terug niet akkoord is gegaan met door Koentsjevitsj voorgelegde plannen tot opruiming van de oude voorraden. „Het geld is er niet, de technologie evenmin. De vier door Koentsjevitsj en de zijnen voorgestelde plaatsen liggen dicht bij bevolkingscentra, de risico’s zijn enorm”, waarschuwt hij.

Gevangenis

Voorlopig worstelt hij nog met de consequenties van zijn bekering van wapenontwikkelaar tot luider van de alarmbel. De schending van zijn beroepsgeheim kan hem op vijf tot zeven jaar gevangenisstraf komen te staan. Mirzajanov: „En zelfs als ik niet wordt berecht, of vrijgesproken kan ik er zeker van zijn dat de KGB mij en mijn gezin het leven onmogelijk zal maken. Vergis je niet, er is in Rusland wat dat betreft maar weinig veranderd”.

Z’n echtgenote en twee kleine kinderen luisteren in de woonkamer van de eng bemeten tweekamerflat ademloos mee. Mirzajanov: „Ik heb president Clinton over dit alles een persoonlijke brief geschreven. Ik heb hem om politiek asiel gevraagd voor mij en mijn gezin. Nee, ik heb nog geen antwoord gehad”.

(Leeuwarder Courant, 13-2-1993)

 

Verdacht politiek proces rond Russische chemicus

(Van onze redactie buitenland) AMSTERDAM – Begin deze week werd in Moskou het proces onderbroken tegen Vil Mirzajanov (59), een chemicus die in het verleden onderzoek heeft gedaan op het gebied van chemische en biologische wapens. De openbare aanklager wil een nieuw onderzoek in de zaak, waarbij de chemicus wordt beschuldigd van het publiceren van staatsgeheimen. De wetsartikelen waarop die aanklacht berust, zijn overigens nooit gepubliceerd. De zaak-Mirzajanov begon in oktober 1992, toen de inmiddels werkloze chemicus een artikel publiceerde in het Engelstalige weekblad Moscow News. Hij onthulde daarin dat hij vóór zijn ontslag had gewerkt aan de ontwikkeling van een chemisch wapen, dat werd aangeduid met de naam Novitsjok (Nieuwkomer). Novitsjok was volgens Mirzajanov een strijdgas, dat vijf maal krachtiger is dan alle tot nu toe bekende zenuwgassen. Het artikel meldde niet uit welke elementen het nieuwe gas was samengesteld, noch hoe het geproduceerd werd, maar de onthulling bracht de Russische autoriteiten wel in grote verlegenheid. Sinds 1987 hebben de Sovjetautoriteiten en hun Russische opvolgers luid verkondigd, dat zij de produktie van alle chemische en biologische wapens hadden gestaakt.

Maar kennelijk hadden zij verzwegen, dat er desondanks werd gewerkt aan nieuwe chemische wapens. Mirzajanov werd gearresteerd en opgesloten in de gevangenis Lefortovo in Moskou. Na twaalf dagen werd hij vrijgelaten en in staat van beschuldiging gesteld. Eind januari van dit jaar kwam de zaak voor een rechtbank in één van de buitenwijken van Moskou. Mirzajanov weigerde vrijwillig te verschijnen. “Dit wordt een schijnproces in de beste Sovjettraditie,” meende hij en hij verwees naar de nieuwe Russische grondwet, die het verbiedt ongepubliceerde wetten te gebruiken in een aanklacht. Hij werd opnieuw gearresteerd en ditmaal opgesloten in de zwaarbewaakte gevangenis Matrosskaja Tisjina. Van meet af aan werd het proces achter gesloten deuren gevoerd, tot groot ongenoegen van de Russische pers en van de organisaties voor mensenrechten als ‘Helsinki Watch’ en de Russische groep ‘Herinnering. Op één van de eerste dagen van het proces verzamelden zich enkele tientallen journalisten voor het gerechtsgebouw om een openbaar proces te eisen.

Ze werden verwijderd door agenten van het ministerie voor veiligheid, de opvolger van de KGB. Deze bezochten ook een aantal kranten om deze te ‘overreden’ af te zien van publikaties over de zaak. De correspondent in Moskou van de Amerikaanse Baltimore Sun werd zelfs meegenomen naar Lefortovo en daar langdurig verhoord. Daarop schreef het Russische dagblad Izvestia dat despotisme zichzelf handhaaft als het absurde wordt verheven naar het niveau van de wet. Deze week werd het proces dus onderbroken, maar Mirzajanov blijft voorlopig in hechtenis, zeer tot verontwaardiging van zijn verdediger, Alexander Asnis.

“Ik vind geen woorden om mijn teleurstelling onder woorden te brengen,” zei Asnis, nadat zijn cliënt geboeid de rechtszaal uit was geleid. De verdediger verwacht dat het nieuwe onderzoek ten minste een maand zal gaan duren. “Mirzajanov hoort helemaal niet in de gevangenis thuis.” Die mening lijkt ook een deel van de Russische regering toegedaan. De adviseur voor de nationale veiligheid van president Jeltsin, Joeri Batoerin, liet voor het begin van het proces al weten dat naar zijn mening de zaak tegen Mirzajanov ongrondwettelijk is. Maar kennelijk zijn er achter de schermen krachten werkzaam, die verhinderen dat de aanklacht wordt geseponeerd. De Amerikaanse Academie voor Wetenschappen in Washington, die de gebeurtenissen rond Mirzajanov op de voet volgt, heeft kernachtig het dilemma weergegeven waarvoor de chemicus zijn regering heeft gesteld: “Of de Russen ontwikkelen nieuwe zenuwgassen en hebben ons bedrogen, of zij doen het niet en dan hebben zij geen enkele grond om Mirzajanov te vervolgen.”

(Parool, 16-02-1994)

Geplaatst in Chemical weapons, Russian Federation, Soviet Union | Tags: , , , , , | Een reactie plaatsen

Defensie in het regeerakkoord kabinet Rutte-III

4.2 Defensie

De snel toenemende instabiliteit in de wereld waarin aard en omvang van dreigingen en crises in hoog tempo variëren, vergen een moderne en goed toegeruste krijgsmacht. Binnenlandse en internationale veiligheidsproblemen grijpen steeds meer in elkaar en steeds vaker zijn instabiele landen in de ‘ring van instabiliteit’ rondom Europa daarvan de oorzaak. Een veelzijdig inzetbare krijgsmacht die uitvoering kan geven
aan zijn grondwettelijke taken is het uitgangspunt. Daarvoor zijn investeringen nodig. De snel veranderende wereldorde vraagt van Nederland om in bondgenootschappelijk verband een relevante bijdrage te leveren om de internationale veiligheidsdreigingen het hoofd te bieden. In de eigen regio zal met Europese bondgenoten meer worden samengewerkt.

  • Het kabinet zal de investeringen in Defensie fors opvoeren. De investering loopt op tot ruim 1,5 miljard euro per jaar. De basisgereedheid wordt op orde gebracht, de operationele inzetbaarheid wordt vergroot en noodzakelijke investeringen in vervanging en vernieuwing van materieel worden toekomstbestendig
    gefinancierd.
  • Het kabinet komt met voorstellen om de voorspelbaarheid en schokbestendigheid van de Defensiematerieelbegroting te vergroten, zoals een specifieke prijsindex of een structurele oplossing voor valutaschommelingen.
  •  Het kabinet formuleert een veiligheidsstrategie waarin binnen- en buitenlandse dreigingen, waaronder terrorisme, het hoofd worden geboden en die de huidige Internationale Veiligheidsstrategie vervangt. Ook actualiseert het kabinet periodiek de Defensienota waarbij zij rekening houdt met het planningsproces van NAVO en EU en de strategische keuzes van belangrijke bondgenoten. De Defensienota zal leidend zijn voor langetermijn-besluitvorming over de aanschaf en noodzaak van grote wapensystemen. Om de flexibiliteit en inzetgereedheid van de krijgsmacht te vergroten wordt het concept van de adaptieve krijgsmacht in de komende kabinetsperiode concreet uitgewerkt.
  • Internationale militaire missies volgen uit een geïntegreerde buitenland- en veiligheidsstrategie. Bij besluitvorming moet er rekening mee gehouden worden dat militaire missies voor langere duur en in voldoende omvang kunnen worden aangegaan. De investeringen in de krijgsmacht zijn mede hierop gericht.
  • Het kabinet zet in op verdere voortzetting van bilaterale en Europese samenwerking op het gebied van gezamenlijk(e) aankoop van materieel, opzetten van gezamenlijke opleidingen en trainingen en het poolen van bestaand militair materieel.
  • Het kabinet zet het beleid voort om met gelijkgezinde landen verdere afspraken over concrete bi- en multinationale samenwerking te maken met als doel elkaar te versterken en de inzetbaarheid van de gezamenlijke krijgsmachten te vergroten door verregaande interoperabiliteit.
  • Nederland blijft er in Europees verband op aandringen dat er zoveel mogelijk level playing field gaat ontstaan. Dit schept ruimte voor Europese productie en verkoop en onze innovatieve industrie. Nederland houdt zich daarbij nadrukkelijk het recht voor om bij aanbestedingstrajecten op het gebied van defensie de hiervoor relevante bepaling van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (art. 346)
    ruimhartig te interpreteren vanuit het perspectief van nationaal veiligheids- en economisch belang.
  • Ten behoeve van militairen die een handicap, trauma of andere aandoening hebben opgelopen tijdens hun missies naar het buitenland wordt binnen de begroting van Defensie een Nationaal Fonds Ereschuld van 20 miljoen euro in het leven geroepen.
  • Nederland dient te beschikken over een krijgsmacht die opgewassen is tegen technologisch hoogwaardige tegenstanders. Daartoe investeert het kabinet in een forse uitbreiding van cybercapaciteit en technologie bij alle krijgsmachtonderdelen en versterkt zijn rol in de digitale beveiliging en bewaking van Nederland
    vanuit zijn grondwettelijke verantwoordelijkheid.

    (Bron: regeerakkoord Rutte-III, 10 oktober 2017)

Geplaatst in Defensie | Tags: , , | Een reactie plaatsen

De verzwegen nederlaag van Nederland in Afghanistan

Tien jaar geleden behaalden Nederlandse troepen in Uruzgan een belangrijke overwinning op de Afghaanse Taliban in de provincie Uruzgan. In juni 2007 vielen de Taliban het administratieve centrum van Chora aan, een strategisch gelegen vallei ten noorden van de hoofdstad Tarin Kowt. In Chora zelf waren niet veel Nederlandse troepen. Kolonel van Griensven (nu Inspecteur-Generaal der Krijgsmacht, toen commandant van de Task Force Uruzgan) stond voor een simpele keuze: terugtrekken of terugvechten. Hij koos voor dat laatste en gooide vrijwel alle gevechtseenheden van de Task Force in de strijd.

Nederlandse troepen in Chora

Bijna  de gehele Battle Group (totaal zo’n 400 man) verplaatste zich bliksemsnel naar de Chora-vallei en ging het gevecht met de Taliban aan. De zware pantserhouwitsers op Kamp Holland ondersteunden de troepen vanaf 30-40 kilometer afstand en er was vonden ook luchtaanvallen plaats door Nederlandse en Amerikaanse gevechtsvliegtuigen. Het werd een klinkende overwinning. De Taliban werden verjaagd en aan Nederlandse zijde viel maar één dode, niet eens door vijandelijk vuur. Sergeant-majoor Leunissen kwam om het leven doordat er een granaat voortijdig in zijn mortier ontplofte. Wel vielen er relatief veel doden onder de plaatselijke bevolking.

Vuursteun vanuit Kamp Holland. Foto: Defensie

De overwinning in Chora werd vanuit Den Haag breed uitgemeten. ‘De zwaarste slag van het Nederlandse leger sinds de oorlog in Korea van de jaren 50’ was een veelgehoorde zin die door het ministerie van Defensie werd gebruikt. Ook zou met de overwinning in Chora de ‘schande van Srebrenica’ zijn rechtgezet. Niet terugtrekken maar aanvallen en de lokale bevolking beschermen was het devies.

Veel minder aandacht (zeg maar: vrijwel geen) was er voor de grootste nederlaag van de Nederlandse troepen in Uruzgan, nog geen drie maanden later. Begin september 2007 begonnen de Taliban met de verovering van het district Deh Rawod, een van de andere ‘inktvlekken’ van de Task Force Uruzgan. Binnen de kortste keren hadden ze de Afghaanse militairen en politie verdreven uit de green zones, de landbouwgebieden van de plaatselijke bevolking. De Nederlandse en Amerikaanse troepen in het district konden weinig uithalen.

Volgens de vluchtelingenorganisatie van de VN, de UNHCR, had het Talibanoffensief zo’n tienduizend mensen in het district Deh Rawod van huis en haard verdreven. De UNHCR sprak van de grootste vluchtelingenstroom in de hele oorlog in Afghanistan tot dan toe. In kringen van de NAVO sprak men van de grootste terreinwinst die de Taliban waar ook in Afghanistan had geboekt sinds de komst van ISAF.

Gelukkig was er in Deh Rawod één Nederlandse journalist die de buitenwereld informeerde over het Talibanoffensief: Joeri Boom die destijds voor De Groene Amsterdammer werkte. Hij was al diverse keren in Uruzgan geweest en kon de ontwikkelingen goed duiden.

Joeri Boom krijgt schietles in Camp Hadrian

Tijdens het offensief werkte hij vanuit Camp Hadrian, het Nederlandse kampement in het district Deh Rawod. Zijn artikelen waren glashelder: er was in Deh Rawod sprake van een benarde situatie.  Zo benard dat hij zelfs schietles kreeg en een plaats kreeg toegewezen op de Hescowal rond Camp Hadrian, mochten de Taliban het kamp aanvallen. Persoonlijk ken ik  geen enkel ander voorbeeld tijdens de missie in Uruzgan dat een journalist semi-gemilitariseerd werd. Tekenend voor de situatie.

Korte tijd later bracht ik in het kader van een NAVO-reis naar verschillende delen van Afghanistan een bezoek aan Kamp Holland. Ik sprak er onder andere met de nieuwe commandant van de Task Force Uruzgan, kolonel Nico Geerts. Waarom de Taliban niet uit het district Deh Rawod werden verdreven, was mijn vraag. Het antwoord was eenvoudig “Daarvoor hebben we niet genoeg troepen hier”, zei Geerts. Daar kon de kolonel zelf natuurlijk niets aan doen. Het aantal Nederlandse troepen in Uruzgan was bepaald door het kabinet Balkenende-II. Dat heeft destijds de dreiging van de Taliban ernstig onderschat. Er kwamen lopende de missie ook geen wezenlijke versterkingen, dat lag in Den Haag allemaal veel te gevoelig.

De offensieven van de Taliban bij Chora en Deh Rawod toonden het nog iets aan: er was iets grondig mis met het vergaren van inlichtingen door de Task Force. Weliswaar waren de modernste middelen ingezet (Kamp Holland wemelde van de antennes) maar waar het aan ontbrak was humint, inlichtingen die onder de bevolking werden vergaard. Bij de start van de missie, zo blijkt uit onderstaande illustratie uit 2006*, had men nog geen idee hoe een groot deel van de bevolking van het district Deh Rawod tegenover de Taliban  stond. Het grote vraagteken in de kaart spreekt wat dat betreft boekdelen.

Stammen in het district Deh Rawod

Ik vraag me ook af of de Nederlandse Task Force wist hoe belangrijk dit district voor de Taliban was. Talibanleider Mullah Omar heeft er een groot deel van zijn jeugd gewoond (bij het plaatsje Kakrak, zie kaart). Tijdens het offensief in 2007 zou hij ook persoonlijk een kijkje zijn gaan nemen, wel vanaf de ‘veilige’, westelijke kant van de Helmand-rivier. Ook de toenmalige landelijke militaire commandant van de Taliban, Mullah Berader, kwam uit het district Deh Rawod. In de buurt van Kakrak vond trouwens in 2002 ook het beruchte Amerikaanse ‘bruilofsbombardement‘ plaats, waarbij zeker 30 burgers omkwamen waaronder familieleden van Mullah Omar. Dat was hij uiteraard niet vergeten. In de jaren ’80 vonden trouwens bij Deh Rawod ook felle gevechten plaats tussen troepen van de Sovjet-Unie (roodgekleurd in onderstaand kaartje) en de door het Westen gesteunde mujahedin.

Frontlinies bij Deh Rawod in de jaren ’80. Bron: U.S. Marine Corps

Mijn vertrouwen in de voorlichting door Defensie liep in 2007 door het gesjoemel over Deh Rawod een flinke knauw op. Er is niets aan de hand, het valt allemaal erg mee, zo luidde het devies in Den Haag. Ja, er waren een hoop mensen gevlucht, maar niet zo erg ver weg. Persoonlijk had ik meer vertrouwen in de meldingen van de UNHCR en het ISAF-hoofdkwartier. En vanaf dat moment geloofde ik nog maar weinig van de officiële defensievoorlichting. Motto: als je zo open bent over plaatselijke overwinningen, wees dat dan ook over plaatselijke nederlagen.

Nederland maakte plannen om het district Deh Rawod te heroveren. Maar bij de Amerikaanse en Afghaanse troepen maakten die plannen kennelijk weinig indruk. Nog voordat Nederlandse troepen in actie konden komen begonnen Afghanen en Amerikanen begin 2008 hun eigen offensief en mepten de Taliban het district uit. Totale afgang voor de Nederlanders…. Later dat jaar kon ik als eerste Nederlandse journalist een bezoek brengen aan het heroverde gebied.

Overleg met plaatselijke leiders in het heroverde gebied

Overleg met plaatselijke leiders in het heroverde gebied bij Deh Rawod. Foto: Hans de Vreij

 

*Bron: PRT Briefing, 2006

Geplaatst in Afghanistan, Defensie, Uruzgan | Tags: , , , , | 3 reacties