Veteranendag, Srebrenica, en de vragen die blijven

Iedere ochtend scan ik de kranten op nieuws dat voor mij van belang is. Vandaag redelijk veel aandacht voor Veteranendag. De Volkskrant meldt dat volgens een opiniepeiling bijna 3/4 van de veteranen als helden worden gezien – waarschijnlijk een neveneffect van de missie in Afghanistan – en een record sinds de eerste peiling in 1962.

De Telegraaf heeft een heel ander verhaal. Onder de titel  ‘Verdoemde veteranen’ het relaas van Tjon-a-Joe, die als Dutchbatter de val van de Bosnische enclave Srebrenica meemaakte.  Hij zegt: „Die officiële bijeenkomsten, dat trots zijn op je inzet voor vrede en”veiligheid, daar hebben wij niets te zoeken. Want Dutchbat III, de laatste beschermers van Srebrenica, hoort er niet bij. Wij horen nergens bij. Dat was in de zomer van 1995 zo en dat is altijd gebleven. Wij worden gezien als de verraders van de moslims, de soldaten die niet vochten, de lafaards die duizenden onschuldige mannen de dood injoegen. Daarom mijd ik Den Haag, ik kan niets met de mooie praatjes van hoge generaals en politici. Zij waren het die ons toen in de steek lieten. Volgende week ontmoet ik andere Dutchbatters, dán praten we. Over pijn en angst. Over de leuke momenten. Over de gesneuvelde Jeffrey Broere en Raviv van Renssen. Alleen zij die erbij waren, begrijpen het echt.”

soldaat1-tjon-a-joe.jpg

En: “altijd die beschietingen, mortieren en artillerie. We kregen geen berichten meer door, moesten op de Wereldomroep horen dat Raviv,  één van onze kameraden, was gesneuveld. Terug in Nederland kwam de genadeklap. Afgemaakt door het thuisfront, dat was het ergste.” 

Hoewel je als journalist natuurlijk een professionele afstand moet bewaren raakt dit artikel me toch. Ik heb zelf als freelance correspondent voor de Telegraaf jarenlang de oorlog in het voormalige Joegoslavië gevolgd, van het eerste schot in Slovenië in juni 1991 tot voorjaar 1994. Ten tijde van de val van Srebrenica werkte ik bij de Wereldomroep in Hilversum, en wegens mijn kennis en ervaring was me gevraagd om me tijdelijk geheel op Bosnië te storten.

Ik ga hier niet het hele verhaal van de val van de enclaves Srebrenica en Zepa herhalen. Wel maar weer eens twee hardnekkig misverstanden aanstippen. Het woord ‘Dutchbat’ suggereert dat er destijds een heel Nederlands bataljon in de enclave aanwezig was. De werkelijkheid is dat er naar mijn schatting niet meer dan 150 militairen in staat waren gewapenderhand op te treden. Daar doe je niet veel mee, en je kon er zeker niet een hele enclave mee verdedigen.

Dat brengt me op het tweede misverstand: dat de Nederlandse VN-troepen daar waren om de enclave te beschermen.  Dat was niet zo. De taak, zoals opgedragen door de VN-Veiligheidsraad, was in de eerste plaats de demilitarisering van de enclave en vervolgens het uit elkaar houden van de partijen in het conflict. Dat eerste is nauwelijks gebeurd, en dat tweede lukte ook niet bijster goed, gelet op de regelmatige gewapende uitvallen vanuit de enclave op Bosnisch-Servische dorpen in de omgeving.

Enige tijd na de val van Srebrenica werd duidelijk welk drama er zich had afgespeeld. Duizenden moslimmannen werden afgemaakt. Een oorlogsmisdrijf van de eerste orde. Maar in die weken kwam ik ook achter raadselachtige informatie die mij tot op de dag van vandaag bezig houdt.

Kort na de val van de enclave wist ik een medewerker van het Internationale Rode Kruis te bereiken. Hij bevond zich in de zogeheten Sapna-vinger, een stukje gebied ten noorden van Srebrenica dat in handen was van het regeringsleger. Wat hij me vertelde was verbijsterend, zeker in het licht van de informatie die later vrijkwam. Hij zei dat hij bij een kampement stond waar zich naar zijn schatting drieduizend (!) moslimsoldaten uit Srebrenica bevonden. Zijn contact met hen werd door de plaatselijke legerleiding niet erg op prijs gesteld. Wellicht omdat het niet in het plaatje paste van een hulpeloze enclave die door de Serviërs onder de voet was gelopen. Vervolgens bereikte me informatie dat die groep militairen over eenheden in heel Bosnië werd verspreid en dat het de soldaten aanvankelijk verboden werd om contact op te nemen met hun familie.

Een maand na de val van Srebrenica bleek dat het relaas van de Rode Kruis-man geen fantasie was. De bevelhebber van het regeringsleger, generaal Rasim Delic, zei tijdens een openbare zitting van het parlement in Sarajevo dat “de terugtrekking van de 28ste Bergdivisie van het ABiH (het regeringsleger) uit Srebrenica succesvol was verlopen”.  ‘Pardon?’ dacht ik toen.  Sarajevo heeft een groot aantal troepen teruggetrokken en verwijt het handjevol Nederlanders tegelijkertijd dat ze de val van de enclave niet hebben kunnen voorkomen?

Deze zaak stonk (en stinkt nog steeds) aan alle kanten. Complottheorieën zijn er te over.  Was er sprake van een deal om de enclaves in oost-Bosnië op te geven? Het antwoord weet ik niet. Wel vind ik dat de Dutchbat-veteranen vandaag met opgeheven hoofd bij de manifestaties rond Veteranendag aanwezig kunnen zijn – hen valt niets te verwijten, tenzij u graag had gezien dat ze collectief zelfmoord hadden gepleegd door zich op de overweldigende Servische overmacht te storten. Ik ken één militair die vindt dat ze dat hadden moeten doen, maar ik denk dat hij een uitzondering is…

Zie ook Srebrenica: het geheim van Joris Voorhoeve

UPDATE: zeven jaar later is er een hoop duidelijker geworden, dankzij het vrijgeven van meer dan 300 tot dan toe geheime documenten van de CIA en het Witte Huis. Zie Voorhoeve over voorkennis aanval op Srebrenica

Over Hans de Vreij

Dutch journalist. Former correspondent in Brussels, Geneva, Prague, East Berlin.
Dit bericht werd geplaatst in (former) Yugoslavia, Defensie en getagged met , . Maak dit favoriet permalink.

4 reacties op Veteranendag, Srebrenica, en de vragen die blijven

  1. Martin van der splinter zegt:

    Beste hans en john.
    Als lid van dutchbat 3, Alpha compagnie 13 lmb ,weet ik in ieder geval 1 ding.
    Nooit, maar dan ook nooit vergeet ik meer de 6 maanden in dat geitenland waarin ik getracht hebt mijn vredes taak uit te voeren ,en nog steets niet snap wat we daar in hemelsnaam moesten.
    Vandaag na 14 jaar ben ik in loenen geweest op de ere begraafplaats.
    daar heb ik raviv zien liggen en heb daar alsnog op mijn eigen wijze afscheid genomen van een stukje van mijn leven wat mij heel sterk heeft veranderd.
    Ik vind inderdaad ook dat het nooit meer vergeten mag worden wat wij, het complete bataljon regiment stoottroepen hebben mee gemaakt..

    kpl 1 bd, Martin vd splinter

  2. Dennis van der Scheer zegt:

    Wat vind je van het verhaal Dat generaal Janviër een deal heeft gemaakt met de Bosnische serviërs dat hij geen luchtsteun zal goedkeuren in ruil voor de 2 neergeschoten franse piloten die in handen van de serviërs waren.
    De persoon die mij dit vertelde was wijlen Prins Bernard zelf toen hij op bezoek kwam op mijn 2e uitzending met IFOR 1 in Novi Travnik.
    Grn 1 bd van der scheer lichting 93/11

  3. ibrahim zegt:

    als ik soldaat was geweest zou ik mijn leven opgeven voor het redden van onschuldige vrouwen kinderen en mannen ongeacht huidskleur,ras,geloof . en niet feest vieren bier gaan drinken,omdat eigen kont gered is

  4.  Max zegt:

    @ibrahim
    >>als ik soldaat was geweest zou ik mijn leven opgeven voor het redden van onschuldige vrouwen kinderen en mannen ongeacht huidskleur,ras,geloof . en niet feest vieren bier gaan drinken,omdat eigen kont gered is…]Voor wwelke vrouwen kinderen ?Servische of moslims?

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s