Nieuwe Kamerbrief Afghanistan: hoofdpunten

Onderstaand een selectie van hoofdpunten uit de Kamerbrief inzake de missie in Afghanistan van 13 maart 2009:

– De partners bij wederopbouw en versterking van het bestuur beginnen op stoom te komen en het zwaartepunt van de opbouwwerkzaamheden verschuift van snelle, zichtbare projecten naar ontwikkelingsprogramma’s voor de langere termijn. De officiële opening van het kantoor van UNAMA in Tarin Kowt heeft vertraging opgelopen, maar het kantoor zal nog deze maand functioneel zijn. Gezien deze ontwikkelingen is besloten het Provincial Reconstruction Team (PRT) in plaats van in augustus al deze maand onder civiele leiding te plaatsen.
– De regering en het parlement in Kaboel moeten spoedig een oplossing vinden om de periode tussen het einde van het presidentiële mandaat (in mei, hdv) en de verkiezingen (in augustus, hdv) te overbruggen.
– Op militair gebied hebben de VS een troepenversterking van 17.000 manschappen aangekondigd, die hoofdzakelijk zal worden ingezet om ISAF in het zuiden van Afghanistan te versterken. Met deze aanvullende troepen krijgt de commandant van Regional Command South (RC-S), de Nederlandse generaal De Kruif, de middelen om een groter gebied te bestrijken en de opbouw en ondersteuning van het Afghaanse leger en de politie uit te breiden. Naast de Amerikaanse troepenversterking zullen ook aanzienlijke bedragen aan hulpgelden in de zuidelijke regio worden ingezet. In Uruzgan zullen vooralsnog geen aanvullende Amerikaanse grondtroepen worden gestationeerd, maar wel ongeveer 20 helikopters met bijbehorend personeel die in de hele zuidelijke regio zullen opereren.
– Er is onvoldoende voortgang in het terugdringen van de anti-regeringskrachten en dat baart de regering zorgen. In Zuid-Afghanistan was de provincie Uruzgan in het afgelopen jaar een uitzondering. Uruzgan is de enige zuidelijke provincie waar het aantal veiligheidsincidenten tegen ISAF en de Afghaanse overheid in Uruzgan in 2008 niet is gestegen. Deze relatieve rust gaf de TFU de gelegenheid goede vooruitgang te boeken met wederopbouw en het gebied uit te breiden dat door de Afghaanse overheid met de steun van ISAF wordt bestreken. Nederland rekent zich in Uruzgan echter niet rijk. De zware zelfmoordaanslag in Tarin Kowt van 2 februari waarbij twintig Afghaanse politiemensen om het leven kwamen, drukt ons met de neus op de feiten. De Taliban zijn niet verslagen.
– Naast de strijd in Afghanistan zijn maatregelen in Pakistan nodig om groepen te bestrijden die de staatsstructuren omver willen werpen. De NAVO en Pakistan zullen de komende periode hun militaire en politieke dialoog intensiveren en bezien wordt welke NAVO-opleidingen kunnen worden opengesteld voor Pakistaanse officieren.
– Het noorden en westen van het land blijven relatief rustige gebieden. De situatie in de hoofdstad Kaboel en omgeving is zorgelijk. In het zuiden komen nog steeds de meeste veiligheidsincidenten voor. Veiligheid en stabiliteit, de doelstelling van ISAF, zijn dus niet dichterbij gekomen.
– Nederland onderhoudt nauwe contacten met de Afghaanse Onafhankelijke Mensenrechtencommissie (AIHRC), diverse NGO’s en internationale organisaties over de mensenrechtensituatie in Afghanistan. Daarnaast financiert Nederland projecten op het gebied van onder andere transitional justice en toegang van Afghaanse vrouwen tot het rechtssysteem. Ook AIHRC krijgt Nederlandse financiële steun
Het totale aantal incidenten tegen ISAF en de Afghaanse overheid in de zuidelijke regio is afgelopen jaar aanzienlijk gestegen in vergelijking met 2007. Dit is deels toe te schrijven aan de ontplooiing van meer troepen in de zomer van 2008, hetgeen leidde tot felle gevechten in het zuiden van Helmand, en aan het gewelddadige verzet tegen de papaver-eradicatie in de provincie Helmand. Ook in de provincies Kandahar en Zabul is de veiligheidssituatie het afgelopen jaar niet verbeterd. Een uitzondering op deze trend was de provincie Uruzgan, waar het aantal veiligheidsincidenten tegen ISAF en de Afghaanse overheid niet is gestegen.
– De troepenversterking van de VS bestaat vooralsnog uit een taakgroep van ongeveer 8000 mariniers, die rond mei 2009 zal worden ontplooid ter versterking van de ISAF-presentie in Helmand en Kandahar. Daarnaast zal begin dit jaar een Combat Aviation Brigade, bestaande uit ruim honderd gevechts- en transporthelikopters, worden ontplooid op vier locaties in de zuidelijke regio. Later dit jaar zal een Brigade Combat Team van in totaal ongeveer 4000 militairen worden ontplooid in de provincie Zabul en in het zuidoosten van Kandahar. Naast veiligheidstaken zullen de nieuwe eenheden onder meer worden ingezet voor het trainen en begeleiden van het Afghaanse leger (Operational Mentoring and Liaison Teams, OMLT’s) en de Afghaanse politie (Police Mentoring Teams, PMT’s).
– In Uruzgan zullen voorlopig geen additionele Amerikaanse grondtroepen worden gestationeerd. Wel zal een Combat Aviation bataljon, een helikoptereenheid met ongeveer 20 helikopters en ongeveer 600 militairen, medio 2009 in Uruzgan worden ontplooid. Dit betekent een aanzienlijke uitbreiding van Kamp Holland en een verbetering van het vliegveld van Tarin Kowt, wat toekomstig civiel medegebruik van het vliegveld dichterbij brengt. De helikoptereenheid krijgt een regionale taak.
– Ook op civiel gebied wil de VS de komende periode de inzet in Afghanistan versterken, zowel bij de ambassade in Kaboel als in de provincies waar Amerikaanse troepen actief zijn en in provincies waar nog geen PRT is gevestigd. Onder president Obama wordt nog sterker dan in het verleden de nadruk gelegd op een juiste verhouding en coördinatie tussen militaire en civiele middelen. Ten dele geven de VS hieraan gevolg door de eigen civiele presentie te versterken, maar ten dele ook door in consultatie met de partners in het zuiden voort te bouwen op bestaande kennis en ervaring. Zo zal de VS zich in het zuiden vooral richten op regionale activiteiten die complementair zijn aan de activiteiten die thans op provinciaal niveau worden uitgevoerd.
– Nederland is voorstander van de intensivering van de inspanningen op het gebied van interdictie (van de drugshandel, hdv). Daarbij zullen Nederlandse ISAF-militairen te allen tijde optreden in overeenstemming met het toepasselijke internationale recht, waaronder het beginsel van onderscheid tussen militaire doelen en civiele objecten uit het humanitair oorlogsrecht. Als Nederlandse deelname aan operaties aan de orde is, worden deze juridische voorwaarden altijd getoetst. In het kader van de intensivering van de interdictie-inspanningen is het van groot belang beter zicht te krijgen op verbanden tussen de drugshandel en opstandelingen.
– De gebieden waar de TFU (Task Force Uruzgan, hdv) actief is, zijn relatief rustig. Deze relatieve rust gedurende het afgelopen jaar maakte het mogelijk vooruitgang te boeken met wederopbouw. Ook kon het gebied worden uitgebreid waar de Afghaanse overheid met ondersteuning van ISAF actief is. De uitbreiding van de invloed van de TFU biedt ISAF en de Afghaanse overheid de gelegenheid het initiatief te behouden. De opstandelingen zijn momenteel nog in staat hun bewegingsvrijheid te behouden en bij tijd en wijle door middel van zelfmoordaanslagen of indirect vuur druk op ISAF en de Afghaanse overheid uit te oefenen.
– De Taliban blijven in Uruzgan hun invloed uitoefenen in de gebieden waar ISAF weinig actief is (in Uruzgan: o.a. de districten Shahidi Hassas en Khas Uruzgan, hdv). Vanuit die gebieden worden propaganda-activiteiten ontplooid en aanslagen georganiseerd. De strategie van de Taliban is er op gericht de strijd langere tijd vol te houden. Er is minder sprake van directe gevechtscontacten met ISAF-eenheden, omdat deze voor de Taliban een groot risico vormen. Het optreden van de opstandelingen is nog sterker asymmetrisch van aard geworden en kenmerkt zich door het gebruik van IED’s en het plegen van andere vormen van aanslagen waarvan vooral Afghanen slachtoffer worden.
– De Nederlandse missie krijgt een meer civiel karakter. Snel zichtbare projecten maken plaats voor programma’s voor de langere termijn, die met Nederlandse steun in de provincie worden opgezet. Met de plaatsing van adviseurs en het geven van opleidingen voor overheidspersoneel neemt de capaciteit van de overheid geleidelijk toe. Het is zaak hierbij realistische verwachtingen te hebben; het startniveau is zeer laag en het tempo bescheiden.
– In het algemeen verlopen de opbouwprogramma’s in Uruzgan voorspoedig. Nu programma’s in de onderwijs- en basisgezondheidszorgsector op schema liggen, vormt economische ontwikkeling in 2009 een belangrijk thema. Verbetering van de infrastructuur, vergroting van het areaal te irrigeren land en van productie per hectare, evenals het vermarkten van geselecteerde producten, vormen de kern van een voor Uruzgan nieuw programma van het Ministry of Rural Rehabilitation and Development (MRRD).
– De capaciteit van het lokale bestuur in Uruzgan blijft bescheiden. Nederland blijft de noodzaak onderstrepen van een capabel en integer bestuur om tot duurzame stabiliteit te komen op alle mogelijke niveau’s. Gesteld kan worden dat steun van buitenaf zoals thans door Nederland verzorgd, onontbeerlijk is om de weg omhoog te kunnen vasthouden.
De TFU zal niet direct betrokken zijn bij de papaver-eradicatie, maar slechts in extremis ondersteuning leveren.
– Nederland heeft gedurende het afgelopen jaar fors geïnvesteerd in de opbouw en professionalisering van de Afghaanse politie en zal de ondersteuning het komend jaar nog verder uitbreiden. Sinds december vorig jaar zijn drie Nederlandse Police Mentoring Teams (PMT’s) actief die de Afghaanse politie-eenheden begeleiden die in oktober en november vorig jaar het Amerikaanse Focused District Development (FDD) trainingsprogramma hebben doorlopen. De PMT’s bestaan uit politietrainers van de Koninklijke marechaussee en militaire trainers van de TFU.
– De vierde Brigade van het Afghaanse leger in de provincie Uruzgan heeft zich de laatste tijd verder ontwikkeld. De omvang van de brigade is stabiel met rond de 1750 ontplooide militairen en de nieuwe commandant, generaal Hamid, zorgt voor versterking van de discipline en vermindering van ongeoorloofde afwezigheid. Ook wordt vooruitgang geboekt in de ontwikkeling van de planningscapaciteiten van het leger. De samenwerking tussen het Afghaanse leger en de TFU is hecht. De commandant van de TFU heeft meerdere malen per week contact met de commandant van het Afghaanse leger. De staf van de TFU en van de Afghaanse brigade synchroniseren wekelijks hun activiteiten. Vrijwel alle operaties worden gezamenlijk gepland en uitgevoerd en een deel van de operaties wordt succesvol door de Afghanen geleid.
– De brigade is echter tot op heden niet compleet en mist nog een derde infanteriebataljon (‘kandak’). Hierdoor kan de brigade niet volledig meedraaien in het aanvullende trainingsprogramma voor het leger. De ondervulling van de brigade gaat ten koste van de operationele inzet. Tot op het hoogste niveau is bij de Afghaanse regering aangedrongen het derde kandak zo spoedig mogelijk in Uruzgan te ontplooien.
– Door de goede resultaten die in 2008 in Uruzgan konden worden geboekt, is de inktvlek gestaag uitgebreid. Vergeleken met vorig jaar wordt nu een groter gebied bestreken en slagen we erin samen met het Afghaanse leger en met behulp van partners, nieuwe gebieden in te trekken en een steeds groter deel van de bevolking te bereiken. De Taliban blijven echter actief, waardoor de veiligheidssituatie ook binnen de inktvlek onverminderd aandacht blijft vragen.
– Door de diverse additionele behoeften en de deelname aan hoofdkwartieren ontstaat een piek in het aantal Nederlandse militairen dat in Afghanistan actief is. Het aantal militairen zal voor enkele maanden in de buurt van de 2000 komen. Na de tijdelijke Nederlandse inzet in de ISAF-hoofdkwartieren daalt het aantal militairen naar ongeveer 1850 in januari. Tijdens het algemeen overleg met de Kamer op 19 oktober 2008 is gevraagd naar de stafcapaciteit van de TFU. De staf bedraagt 7 procent van de personele sterkte van de TFU. Ruim driekwart van de TFU komt regelmatig “buiten de poort”.
– Bij de ontplooiing van de TFU is gekozen voor samenwerkende en gezamenlijk gehuisveste inlichtingenelementen van Nederland en Australië op Kamp Holland. Inmiddels is sprake van een geïntegreerde Nederlands-Australische inlichtingencel. Met andere inlichtingenelementen is gekozen voor periodiek overleg en de uitwisseling van inlichtingenproducten. Deze maatregelen hebben geresulteerd in een aanzienlijke verbetering van de inlichtingenpositie van de TFU. Ook is meer dan in het begin sprake van de in het rapport genoemde need-to-share mentaliteit. Hoewel de samenwerking op dit moment dus goed verloopt, blijft verdere verbetering een doelstelling.
– In de artikel-100 brief over de verlenging (Kamerstuk 27 925, nr. 925) is gemeld dat de raming voor stage III van ISAF € 270 miljoen per jaar zou bedragen. De totale raming, vanaf de start in augustus 2006 tot het eind in augustus 2010 is vastgesteld op € 1.235 miljoen. Dit is inclusief de raming van € 115 miljoen voor de redeployment. Op basis van de huidige informatie moet de raming voor ISAF III met € 76 miljoen worden bijgesteld tot € 1.311 miljoen. De overschrijding wordt mede veroorzaakt door uitgaven die verband houden met de stijgende personele aantallen, zoals uitzendtoelages en voeding. Daarnaast stijgen de uitgaven voor het onderhoud aan infrastructuur en de transportkosten. Met de inhuur van luchtgrondwaarneming is ongeveer € 34 miljoen gemoeid. Het verwachte tekort op de structurele voorziening ‘uitvoeren crisisbeheersingsoperaties’ HGIS op de defensiebegroting zal in 2009 € 50 miljoen bedragen. Dit tekort zal bij Voorjaarsnota worden verwerkt.

Internationale partners
Australië heeft een Mentoring Reconstruction Task Force (MRTF) ontplooid in Uruzgan. Deze eenheid bestaat uit een OMLT?, een beveiligings- en een genie-eenheid. Tevens levert Australië vier maal een chirurgisch team (elk team 2 maanden) ten behoeve van het Role-2 ziekenhuis op Tarin Kowt. Het derde chirurgische team is begin februari 2009 begonnen; het vierde team is voorzien in augustus 2009. Momenteel zijn onderhandelingen gaande met betrekking tot een eventueel vijfde team voor het Role-2 ziekenhuis in Tarin Kowt.
Het uitstel van de ontplooiing van een derde Infanterie Kandak van januari 2009 tot tweede helft 2009 heeft gevolgen gehad voor de beoogde Hongaarse bijdrage. Hongarije heeft recent herbevestigd dat zijn aanbod, te weten een OMLT (voor het derde infanterie Kandak) en drie stafofficieren, niet is gewijzigd.
Slowakije zet momenteel 45 militairen in voor kampbewaking in Tarin Kowt, 2 militairen voor de staf van het PRT en vier militairen voor het OMLT voor het Combat Service Support Kandak. In maart 2009 verhoogt Slowakije de kampbewaking voor Tarin Kowt tot 50 militairen. Bovendien neemt Slowakije deze maand de kampbewaking in Deh Rawod over van Tsjechië.
Tsjechië heeft 63 militairen in Deh Rawod ten behoeve van de kampbewaking. In maart 2009 wordt deze kampbewaking overgenomen door Slowakije. Tsjechië zal vanaf deze maand geen inspanning meer verrichten in Uruzgan en zich richten op zijn eigen PRT in de provincie Loghar.
Frankrijk levert een OMLT met een geïntegreerde beveiligingseenheid. Deze bijdrage omvat ongeveer 70 militairen en opereert vanuit Deh Rawod.
Singapore levert medische staf ten behoeve van het role 2 ziekenhuis op Kamp Holland. De bijdrage zal in ieder geval tot mei 2009 duren.

(Voor het volledige document, klik hier)

Over Hans de Vreij

Dutch journalist. Former correspondent in Brussels, Geneva, Prague, East Berlin.
Dit bericht werd geplaatst in Afghanistan, NAVO, Uruzgan. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s