Wie was Rozi Khan?

De Nederlandse freelance-journaliste Bette Dam schrijft momenteel een boek over Uruzgan. Toen zij donderdag het nieuws hoorde over de dood van Rozi Khan was ze juist een opname van een van haar interviews met hem aan het beluisteren. Exclusief voor het blog ‘Vrede en Veiligheid’ schreef Bette Dam een reactie op de dramatische gebeurtenissen donderdag net buiten Tarin Kowt.

Door Bette Dam

De gisteren omgekomen Rozi Khan keek voortdurend achterom: hij wist heel goed in wat voor een wespennest hij opereerde en was altijd alert. Ik interviewde hem een paar keer voor mijn boek Expeditie Uruzgan over president Hamid Karzai, die via een strijd in Uruzgan tegen de Taliban aan de macht kwam in Kabul. Khan had Karzai toen – in 2001 – bijgestaan toen hij merkte dat Karzai de strijd zou gaan winnen. Lange tijd had hij de president gesteund en ook nu waren ze nog wel on speaking terms, al leken er scheuren in hun relatie te zijn.  

Rozi Khan was een leider van de grote Barakzai-stam in de provincie Uruzgan en dus per definitie heel berekenend, maar wel met eer en een zekere openheid.  Hij checkte mijn naam toen ik hem wilde interviewen bij zijn bondgenoot: de Nederlanders. Hij stond niet zomaar vreemden te woord, blijkbaar. Daarna – toen hij had gehoord van Kamp Holland dat het wel goed zat – legde hij me heel precies uit hoe ik me moest bewegen in de potpourri aan stammen in het district Tarin Kowt. “De vijand zal direct weten dat je er bent, na vijftien minuten al. Maar in mijn gebied met ongeveer duizend families, ten noorden van Tarin Kowt, daar is het veilig”, zie hij toen hij me uitnodigde bij hem thuis, in Sarshakhli. “Ik heb wel satelliettelevisie”, zei hij er nog achteraan toen hij mijn twijfels zag om de stap naar zijn huis te nemen.

Vechtlust 

Rozi Khan is opgegroeid in dit gebied en heeft vanaf zijn jonge jaren oorlog en strijd meegemaakt. Hij werd beroemd door zijn vechtlust in de oorlog tegen de Russen, Daarna was hij zelf prominent commandant geweest en tijdens het Talibanbewind ”was ik in Kabul”, zegt hij. Hamid Karzai had hem na de val van de Taliban benoemd als politiecommandant van het gebied, maar dat liep mis en nu  was hij gekozen districtsleider van Chora en nog steeds stamleider van de Barakzai.

Vijanden te over 

Rozi Khan was een van de prominente leiders in Uruzgan en wist precies hoe de hazen lopen. Met de aanstelling als districtsleider moest Rozi Khan voorzichtig zijn, dat wist hij zelf ook wel. Bovendien had hij zijn reputatie schade aangedaan in de laatste jaren als politiecommandant. Zijn broer had ook al niet zo’n goede naam, en dus waren er vijanden te over. In mijn interviews met hem hield  hij er niet over op. Als ik wilde beginnen met mijn vragen onderbrak hij me. Hij wees me eerst even op de basics van het gebied, de stammenstrijd. Als je dat begrijpt, snap je wat er nu aan de hand is, liet hij me via de tolk weten.

De relatie met de Popolzai is het heetste hangijzer geweest voor de Barakzai, vertelde hij. Toen hij na de val van de Taliban  werd aangesteld als politiecommandant probeerde hij even vrienden te worden met deze stam, maar dat mislukte. Hij werkte zij aan zij met een Popolzai, Jan Mohammed Khan, de voormalig gouverneur van Uruzgan  die op aandringen van Nederland de Nederlanders wegens  slecht functioneren, werd ontslagen. Heel precies legde hij me tijdens de interviews uit hoe die strijd verliep. Hij was sceptisch ten aanzien van de samenwerking; een oude moord door ‘JMK’ zoals  de (ex-)gouverneur wel wordt genoemd, op een van zijn Barakzai-leiders lag nog tussen hen in. “Ik heb toen we samen begonnen tegen Jan Mohammed gezegd: houd je koest, want je weet dat ik in veel gebieden de grootste ben hè?” Maar Jan Mohammed en Rozi Khan werden kemphanen in de jaren erna. Beiden vochten elkaar de tent uit, verraadden andere stammen uit machtsbehoud, en waren altijd nog in een in een hevige strijd verwikkeld.

Positief over de Nederlanders 

Rozi Khan heef in de gesprekken altijd positief gesproken over de Nederlanders in het gebied en dat is ook niet zo gek. Hij heeft steun van ze gekregen in deze strijd met de Popolzai. Bijvoorbeeld in Chora. Toen hij daar plotseling door hogerhand werd afgezet –  de vervanger kwam regelrecht van de president en Jan Mohammed Khan, beide Popolzai– greep Kamp Holland in. De nieuwe aanwinst beviel de Nederlanders niet en Rozi Khan had goede diensten bewezen en dus moest hij aanblijven. In alle haast waren de soldaten van het Kamp Holland alvast in de woestijn om Chora heen in gereedheid gebracht, om het effect van een duidelijke stammenstrijd in te dammen. Veel aanhangers van Khan hadden zich al klaar gemaakt om op te trekken naar Tarin Kowt. De mannen van Obaidullah hadden datzelfde plan, maar stonden met Kalashnikovs voor het huis van de gouverneur, Hamdam. Het district was verdeeld, maar de Nederlanders en Hamdam kozen tegen het besluit van de president en Jan Mohammed Khan in: Rozi Khan won, hij werd weer op zijn post gezet.

Rozi Khan maakte op mij een sterke indruk, iemand die alles in de hand had. Maar toen ik bijna onderweg was naar Uruzgan bleek dat hij niet voor niks de hele tijd over zijn schouder keek. “De Popolzai”, liet Khan weten, “hebben ook roet in eten gegooid voor jouw reis naar mijn huis”. Ik werd gebeld door de assistent van Khan. Als ik wilde komen dan moest ik vooral in de quala met de satelliettelevisie blijven, dat was wel duidelijk. Dat was in maart afgelopen jaar. Terwijl het er zo veilig was in Sarchakhlo, zei Khan, had nu een neef van de familie toegeslagen in zijn gebied. Het ging om een oud landconflict en Rozi Khan en zijn assistent wilden dat nu terug. De neef had het er niet bij laten zitten, had het gebied van Rozi Khan omsingeld ,en een  gevecht uitgelokt en een familielid van Khan vermoord, zei  de assistent. Een groot verlies;  revanche zou volgen, dat stond vast. Ik weet niet wie er achter zat, maar even langs gaan leek me geen goed idee.

Onrustig 

Na dit incident is het niet meer rustig geweest in de Barakzai-stam en in Sarshakhli. In september was ik nog in Afghanistan, maar Rozi Khan was onbereikbaar. Eerder werd een zoon van een prominente andere Barakzai vermoord, op straat in Tarin Kowt. Op het Nederlandse kamp denken sommigen dat de Popolzai hier achter zaten. Daarna ontploften herhaaldelijk bermbommen in het gebied van Rozi Khan. Vorige week nog kwam een post-commandant om toen hij op een van deze bommen reed. Het is voor mij onduidelijk wie hier achter zit. Op de dag van de moord, schrok ik van het beeld dat ik kreeg. Grote chaos was er, in het gebied van zijn duizend families. Hoe kon dit gebeuren, vroeg ik me af. Nog steeds is dat onduidelijk. Hij zou gebeld zijn door een vriend die om hulp had gevraagd, hoorde ik iemand zeggen. Mij gaf dat een raar gevoel, zou hij er ingeluisd zijn?  Mijn bron zei direct: “nee,  dit is echt heel erg ‘bad luck’ voor Rozi Khan”. “Ik hoop dat hij in de hemel is”, roept hij nog. Het lijkt er volgens velen op dat het dit keer geen stammenconflict is, maar dat iemand waar hij juist niet voor vreesde een fout heeft gemaakt: de bondgenoot, de internationale gemeenschap. Het was middernacht toen het gebeurde. Rozi Khan kwam aan toen het gevecht al aan de gang was. Overal kwam geweervuur vandaan. De ‘vijand’ schoot ook, en op dat moment was Rozi Khan dood. Twee van zijn lijfwachten kwamen ook om en zijn zoon ligt in het ziekenhuis op Kamp Holland, gewond. De volgende dag tijdens rouwceremonie was er nog even de schrik dat het opnieuw uit de hand zou lopen.  Hoewel de buitenlandse troepen – Australiërs – zich hadden teruggetrokken (”het waren er wel 120 soldaten met 6 tanks”, zeggen lokale bronnen) bleef het onrustig.

Tweede bom 

Op de weg naar de rouwplechtigheid waar veel Afghanen liepen om de familie te condoleren, ontplofte weer een bom; hierbij kwamen opnieuw een post-commandant uit het gebied om die samenwerkt met de internationale gemeenschap. Ik weet niet wie nu wie heeft beschoten in het gebied en de toekomst is erg onzeker in Sarshakhli maar ook in Chora. Er zijn het afgelopen jaar meerdere prominente stammenleiders omgekomen, maar Rozi Khan is toch wel een  van de meest belangrijke, in ieder geval voor de Nederlanders. Ik weet wel dat ik Rozi Khan dankbaar ben voor de twee dagen die hij voor mij uittrok om  uit te leggen hoe hij denkt dat de provincie in elkaar steekt. Twee pakjes sigaretten rookten we weg en veel, heel veel thee voordat ik een beetje doorkreeg dat het niet altijd de Taliban zijn die toeslaan in het gebied. Terwijl hij om het uur ongeveer zijn tulband weer netjes en vooral heel stevig om zijn hoofd draaide, vertelde hij dat het een veel groter wespennest is waar de Nederlanders in verzeild waren geraakt. En waar Rozi Khan nu zelf ook het slachtoffer van is geworden. 

Inmiddels gaat het gerucht dat president Hamid Karzai zelf naar het gebied wil gaan om zijn respect te tonen, samen met een grote Barakzai-leider uit Kandahar. Karzai heeft daarnaast ook besloten dat zijn rivaal Jan Mohammed Khan de moord namens de regering gaat onderzoeken. Ik vraag me af nu ik weer luister naar de bandjes van het interview met hem, hoe deze Popolzai ontvangen zal worden in het gebied bij Sarshakhli.

Over Hans de Vreij

Dutch journalist. Former correspondent in Brussels, Geneva, Prague, East Berlin.
Dit bericht werd geplaatst in Uruzgan. Bookmark de permalink .